Artikel 6 Bedrijventerrein 2
6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor "Bedrijventerrein 2" (Calveen) aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
a. bedrijven die in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1 tot en met 3.2, ter plaatse van de aanduiding 3.2;
-
b. bedrijven die in de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1 tot en met 4.1, ter plaatse van de aanduiding 4.1;
-
c. bestaande bedrijven die volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten een hogere categorie hebben, maar die naar aard en invloed op de omgeving hiermee kunnen worden gelijkgesteld, en
bestaande bedrijven, die niet zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar die naar aard en invloed op de omgeving hiermee kunnen worden gelijkgesteld;
-
d. ter plaatse van de aanduiding (h=a) is horeca van categorie a toegestaan;
-
e. ter plaatse van de aanduiding (h=h) is horeca in de vorm van een hotel toegestaan;
-
f. ter plaatse van de aanduiding (dh) is detailhandel in de vorm van een afhaalchinees, of een daarmee vergelijkbare functie, toegestaan;
-
g. ter plaatse van de aanduiding (jo) is jeugdopvang toegestaan;
-
h. ter plaatse van de aanduiding (dhp) is perifere detailhandel toegestaan waarbij ondergeschikte nevenactiviteiten ten behoeve van verkoop zijn toegestaan tot maximaal 10% van het bruto bedrijfsvloeroppervlak met uitzondering van supermarktartikelen;
-
i. ter plaatse van de aanduiing (re) is religie toegestaan;
-
j. ter plaatse van de aanduiding (k) kantoren;
-
k. ter plaatse van de aanduiding h=h een hotel;
-
l. functieverruiming ten behoeve van:
vrije tijdsvoorzieningen (fitness, dansschool, leisure, sport, cultuur e.d.):
vergaderfaciliteiten/hotel/congres;
persoonlijke dienstverlening (kapper, stomerij e.d.);
maatschappelijke functiesis toegestaan
mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
-
1. overeenstemming met de Visie Werklocaties zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
-
2. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid zoals is vastgelegd in de Nota Parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag:
-
3. uit het oogpunt van milieu er geen belemmeringen zijn;
-
4. verkeerskundige en verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
-
5. in overeenstemming met Horecanota en Nota Detailhandel zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
-
6. op enig aangrenzend terrein de realisering van de bestemming niet wordt belemmerd;
-
7. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende terreinen;
met dien verstande dat toepassing van de afwijking niet mag leiden tot feitelijke wijziging van de bestemming.
-
m. de daarbij behorende gebouwde en ongebouwde voorzieningen,
met dien verstande dat geluidgezoneerde inrichtingen niet zijn toegestaan;
-
n. bedrijfswoningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de betreffende aanduiding (bw);
-
o. nutsvoorzieningen;
met daar behorende verkeersdoeleinden, groenvoorzieningen en water en met dien verstande dat wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm, zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Amersfoort zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag.
6.2 Bouwregels
Op en in deze gronden zijn uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken toegestaan, die ten dienste staan van de bestemming, en nutsvoorzieningen.
6.2.1 Gebouwen - algemeen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
-
a. gebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak;
-
b. de goothoogte en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse op de verbeelding is aangegeven;
-
c. de gronden binnen een bouwvlak mogen geheel worden volgebouwd;
-
d. in afwijking van het bepaalde in sublid 6.2.1. onder a, geldt voor nutsvoorzieningen dat deze tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan.
6.2.2 Gebouwen - bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
-
a. per bedrijf mag ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat bedrijfswoningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de betreffende aanduiding;
-
b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter;
-
c. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 150 m2;
-
d. bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd ten dienste van de bedrijfswoning, dan wel van het bedrijf, met een oppervlakte van niet meer dan 75m2;
-
e. de goothoogte van de bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 meter;
-
f. de bijbehorende bouwwerken mogen achter de achtergevel van de bedrijfswoning, alsmede naast één zijgevel, op 5 meter achter de voorgevelrooilijn worden opgericht;
-
g. de afstand van de bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 5 meter.
6.2.3 Andere bouwwerken
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels:
|
bouwwerken
|
max. bouwhoogte
|
| palen, masten en andere tekens
|
10 m
|
Verlichtingsmasten en Antenne-installaties, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn
|
12 m
|
| luifels en ander straatmeubilair
|
6 m
|
| andere overkappingen
|
3 m
|
| verkeerstekens en beeldende kunstwerken
|
6 m
|
| erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel
|
1 m
|
| overige erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken
|
2 m
|
hoogte reclamezuilen binnen het bouwvlak hoogte reclamezuilen buiten het bouwvlak
|
20 m 1,5 m
|
| bedrijfsschoorstenen
|
50 m
|
6.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder d van de Wet ruimtelijke ordening, ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit, alsmede ter waarborging van een goede bereikbaarheid ingeval van calamiteit, nadere eisen stellen met betrekking tot:
-
a. de plaats en afmetingen van bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, voor zover nodig ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken;
-
b. het aantal en de situering van parkeervoorzieningen;
-
c. de inrichting van het terrein behorende bij een bedrijf.
6.4 Afwijking van de bouwregels
6.4.1 Afstand zijdelingse perceelsgrens
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.2., onder g, voor het bouwen van een bedrijfswoning op een afstand van de zijdelingse perceelsgrenzen van tenminste 3 meter, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.
6.4.2 Hoogte reclamezuil buiten bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2., voor het oprichten van een reclamezuil buiten het bouwvlak met een hoogte van maximaal 20 meter, mits de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving niet aangetast wordt.
6.5 Specifieke gebruiksregels
-
a. Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een geluidszoneringsplichtige inrichting en bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (Bzro);
-
b. opslag ten behoeve van bedrijvigheid die op grond van dit artikel is toegestaan, is uitsluitend toegestaan achter het verlengde van de voorgevel;
-
c. detailhandel is uitgesloten behalve voor productiegebonden detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte producten.
6.6 Afwijking van de gebruiksregels
6.6.1 Toestaan andere categorie bedrijvigheid
-
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 6.1 voor het toestaan van bedrijven in een hogere categorie van de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel andere bedrijven toestaan die niet zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten maar daarmee vergelijkbaar zijn voor wat betreft de aard en de omvang van de effecten naar de omgeving, zoals bedoeld in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering", uitgave 2009.
-
b. Een bedrijf uit een milieucategorie toegestaan volgens de milieuzone kan niet worden toegelaten als de milieueffecten groter zijn dan de effecten van de toelaatbare milieucategorie voor deze milieuzone.
6.7 Wijzigingsbevoegdheid
6.7.1 Wijziging Staat van bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wro het plan wijzigen voor het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van die soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven.
6.7.2 Functieaanduidingen
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wro het plan wijzigen om de functieaanduidingen te wijzigen indien de betreffende functies zijn beëindigd.