direct naar inhoud van Artikel 7 Bedrijventerrein 3a
Plan: Bedrijventerreinen e.o. en snelwegen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0307.BP00070-0201

Artikel 7 Bedrijventerrein 3a

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Bedrijventerrein 3a" (Vathorst - Langs de Boulevard) aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven die in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie 1 tot en met 3.2;
  • b. bestaande bedrijven die volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten een hogere categorie hebben, maar die naar aard en invloed op de omgeving hiermee kunnen worden gelijkgesteld, en
    bestaande bedrijven, die niet zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, maar die naar aard en invloed op de omgeving hiermee kunnen worden gelijkgesteld;
  • c. alleen ter plaatse van de aanduiding (sbt-eh) "expeditiehof'' mag het laden en lossen ten behoeve van bedrijven plaatsvinden;
  • d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, wegen en fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen en erven;
  • e. functieverruiming ten behoeve van:
    vrije tijdsvoorzieningen (fitness, dansschool, leisure, sport, cultuur e.d.):
    vergaderfaciliteiten/hotel/congres;
    persoonlijke dienstverlening (kapper, stomerij e.d.);
    maatschappelijke functies
    is toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
    • 1. overeenstemming met de Visie Werklocaties zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
    • 2. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid zoals is vastgelegd in de Nota Parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag:
    • 3. uit het oogpunt van milieu er geen belemmeringen zijn;
    • 4. verkeerskundige en verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
    • 5. in overeenstemming met Horecanota en Nota Detailhandel zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag;
    • 6. op enig aangrenzend terrein de realisering van de bestemming niet wordt belemmerd;
    • 7. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende terreinen;

met dien verstande dat toepassing van de afwijking niet mag leiden tot feitelijke wijziging van de bestemming.

  • f. bedrijven, zijnde categorieën inrichtingen die zijn aangewezen in artikel 2.1, derde lid van het BOR (geluidzoneringsplichtige inrichtingen), zijn uitgesloten;

met dien verstande dat per bedrijf voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Amersfoort zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag.

7.2 Bouwregels

Op en in deze gronden zijn uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken toegestaan, die ten dienste staan van de bestemming, en nutsvoorzieningen.

7.2.1 Gebouwen - algemeen

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. alleen toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. de goothoogte en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse op de verbeelding is aangegeven;
  • c. de gronden binnen een bouwvlak mogen geheel worden volgebouwd, tenzij een bebouwingspercentage of een bebouwde oppervlakte is aangegeven; in dat geval geldt dat bebouwingspercentage of de bebouwde oppervlakte;
  • d. de gebouwen dienen zich met hun representatieve zijde te oriënteren in de richting van de op de verbeelding aangegeven figuur "gevellijn";
  • e. onverminderd het bepaalde onder a. b. c. en d. gelden voor de bedrijfsgebouwen in het gebiedsdeel Langs de Boulevard nog de volgende specifieke bepalingen:
    1. de representatieve zijde van de gebouwen moet worden gebouwd in de bebouwingsgrens ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven figuur "gevellijn";
    2. de niet-representatieve zijde van de gebouwen moet minimaal 3 m achter de representatieve zijde (of het verlengde daarvan) te worden gebouwd dan wel 3 meter achter de bebouwingsgrens ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven figuur "gevellijn";
  • f. de hoogte van reclamezuilen mag niet meer dan 6 m bedragen, van één reclamezuil in het plangebied mag de hoogte niet meer dan 30 m bedragen;
  • g. in afwijking van het bepaalde in sublid 7.2.1 onder a, geldt voor nutsvoorzieningen dat deze tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan.
  • h. van telefooncellen, vuilcocons, abri's, transformatorhuisjes en andere nutsgebouwtjes mag de oppervlakte niet meer dan 50 m² en de hoogte niet meer dan 4 m bedragen.
7.2.2 Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels:

max. bouwhoogte  
palen, masten en andere tekens   10 m  
Verlichtingsmasten en
Antenne-installaties, voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn  
12 m  
luifels en ander straatmeubilair   6 m  
andere overkappingen   3 m  
verkeerstekens en beeldende kunstwerken   6 m  
erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel   1 m  
overige erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken   2 m  
hoogte reclamezuilen binnen het bouwvlak
hoogte reclamezuilen buiten het bouwvlak  
20 m
1,5 m  
brand-/vluchttrappen   15 m  

7.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ter waarborging van de beoogde stedenbouwkundige kwaliteit en ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken nadere eisen te stellen ten aanzien van:

a. de situering en de afmetingen van (delen van) gebouwen en andere bouwwerken,

b. de situering van parkeerplaatsen, en

c. de situering van in- en uitritten.

7.4 Afwijken perifere detailhandelsbedrijven

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 1 en lid 2 onder a. ten behoeve van perifere detailhandelsbedrijven, mits uit een recent onderzoek is gebleken dat sprake is van een acceptabele afwikkeling van het met dergelijke vestigingen samenhangende verkeer.

7.5 Afwijken Staat van Bedrijfsactiviteiten
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 7.1 voor het toestaan van bedrijven in een hogere categorie van de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel andere bedrijven toestaan die niet zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten maar daarmee vergelijkbaar zijn voor wat betreft de aard en de omvang van de effecten naar de omgeving, zoals bedoeld in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering", uitgave 2009;
  • b. Een bedrijf uit een toegestane milieucategorie kan niet worden toegelaten als de milieueffecten groter zijn dan de effecten van de toelaatbare milieucategorie.
7.6 Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van:

a. het bepaalde in lid 2, onder a, ten behoeve van het bouwen van gebouwen ter plaatse van de functieaanduiding specifieke vorm van bedrijventerrein - expeditiehof (sbt-eh) met dien verstande dat per bedrijf een inpandige expeditieruimte blijft bestaan met een minimale breedte en diepte van respectievelijk 3,5 m en 17 m;

b. het bepaalde in lid 2, onder b. ten behoeve van het bouwen van gebouwen in het gebiedsdeel “Langs de Boulevard” buiten de hoogtescheidingslijn tot een hoogte van 21 m;

c. het bepaalde in lid 2, onder b. ten behoeve van het lager bouwen dan de voorgeschreven minimale hoogte van gebouwen;

d. het bepaalde in lid 2, onder e. sub 1 ten behoeve van het bouwen van gebouwen op minimaal 3 m achter de bebouwingsgrens, mits de niet-representatieve zijde van de gebouwen minimaal 3 m achter de representatieve zijde (of het verlengde daarvan) wordt gebouwd;

e. het bepaalde in lid 2, onder i. ten behoeve van het bouwen van reclamezuilen tot een hoogte van 20 m;
f. het bepaalde in lid 2, onder k. ten behoeve van het bouwen van:

1. lichtmasten en andere palen en masten tot een hoogte van 9 m;

2. andere bouwwerken, waaronder begrepen erf- of terreinafscheidingen, tot:

- een hoogte van 2 m op het voorerf,

- een hoogte van 4 m elders,

mits dat niet leidt tot een onevenredige afbreuk van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bebouwing en een aantasting van het straatbeeld.

7.7 Wijzigingsbevoegdheid

Wijziging Staat van Bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wro het plan wijzigen voor het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van die soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven.