direct naar inhoud van 5.4 Bedrijven- en milieuzonering
Plan: Park Randenbroek e.o.
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0307.BP00024-0201

5.4 Bedrijven- en milieuzonering

Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen.

5.4.1 Inrichting Wet milieubeheer

Sinds 1 januari 2008 is het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van kracht, kortweg het Activiteitenbesluit genoemd. Met de invoering van dit besluit wordt de systematiek gehanteerd dat alle inrichtingen (die voldoen aan de minimale omvangeisen) onder dit besluit vallen met uitzondering van die inrichtingen die zijn opgenomen in bijlage 1 van het Activiteitenbesluit. Wanneer een inrichting in bijlage 1 is opgenomen is een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer / Wabo (milieuvergunning / omgevingsvergunning) vereist. In het gebied van dit bestemmingsplan is het ziekenhuis op de Elisabethlocatie als enige "bedrijf" opgenomen in bijlage 1 van het Activiteitenbesluit en dient dan ook te beschikken over een milieuvergunning. Het ziekenhuis is in dit bestemmingsplan "wegbestemd".

5.4.2 Bedrijven- en milieuzonering in relatie tot het plangebied

In het plangebied of de directe omgeving daarvan is geen sprake van bedrijvigheid, waarvan de bedrijfsvoering belemmeringen kan opleveren voor de nieuwe woningbouw (Heiligenbergerweg en zwembadlocatie). Evenmin zijn er nieuwe bedrijfsfuncties voorzien die conflicteren met bestaande gevoelige functies, zoals woningen.

Om een en ander nader te kunnen beoordelen biedt de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" een algemeen aanvaard hulpmiddel. Bij het ontbreken van een wettelijke regeling terzake kunnen de richtafstanden uit die publicatie worden gebruikt om te beoordelen of er sprake is van goede ruimtelijke ordening. Wordt aan de richtafstanden voldaan dan kan worden aangenomen dat op het punt van geluidhinder, geuroverlast, stofhinder en externe veiligheid sprake is van een goede ruimtelijke ordening tussen een milieubelastende activiteit en woningen. Hoewel dat zelf geen ruimtelijk ordeningsinstrument is, wordt meer dan voorheen, de toepassing van de Wet milieubeheer - voorzover van toepassing op een activiteit- betrokken bij de genoemde goede ruimtelijke ordening tussen activiteiten en woningen. Zo mag het ruimtelijk ordenen van woningen milieuvergunde rechten van activiteiten niet onmogelijk maken. Voor het beoordelen van activiteiten in relatie tot hun potentieel kwetsbare omgeving en omgekeerd is hier gebruik gemaakt van de VNG-brochure "Bedrijven en Milieuzonering", uitgave 2009. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van de grootste afstand. De kwaliteit van de omgeving kan echter van dien aard zijn dat dit het toelaten van een minder groter afstand rechtvaardigt. Ook is het denkbaar dat bijvoorbeeld het milieuaspect geluid een minder grote afstand toelaat, maar dat de grootste afstand toch moet worden gehanteerd, omdat een ander milieuaspect dan geluid dat vereist. De brochure is overigens niet bedoeld om bestaande (reeds bestemde) situaties te beoordelen

De nieuwe woningen (één vervangende nieuwbouwwoning en één nieuwe woning) aan de Heiligenbergerweg (171) bevinden zich op een grotere afstand tot de aanwezige "bedrijven" dan de in de VNG-publicatie voorgeschreven afstand. Voor scholen (SBI-code: 85) en kinderboerderijen (SBI-code 91041) wordt daarbij uitgegaan van een grootste afstand van 30 m. Uit het oogpunt van geluid is een minder grote afstand denkbaar, omdat de huidige omgevingskwaliteit sterk wordt bepaald door een hoge geluidbelasting, voornamelijk afkomstig van de Heiligenbergerweg.

De skeelerbaan (grens asfalt) ligt op circa 75 m van de dichtstbijzijnde woningen en wordt als activiteit niet genoemd in de VNG-brochure. Als geluidbron is de skeelerbaan langer in gebruik dan de ijsbaan. Alleen als het hele terrein als ijsbaan in gebruik is, is de skeelerbaan buiten gebruik omdat deze dan immers onder water is gezet en ook als ijsbaan wordt gebruikt. Ten opzichte van het huidige gebruik zal een deel van het terrein dus voor een langere periode als geluidbron in gebruik zijn.


Een buitenijsbaan valt volgens de VNG-publicatie onder SBI-code 931 nr D (stadions en openluchtijsbaan) en heeft een indicatieve milieuafstand van 300 m. De hier beschreven activiteit is echter ten behoeve stadions en permanent gebruikte ijsbanen. De skeeler-/ijsbaan kan daarmee redelijkerwijs niet worden vergeleken. De genoemde SBI-code 931 nr. D is in deze dan ook niet de goede staat van bedrijfsactiviteit die gehanteerd dient te worden.


Bij gebrek aan een indicatieve milieuafstand voor een skeeler-/ijsbaan zal nu gezocht kunnen worden naar een vergelijkbare activiteit, waarbij stemgeluid moet worden meegenomen. De meest voor de hand liggende activiteiten met betrekking tot stemgeluid zijn tennisbanen met verlichting (SBI-931 nr.F) en een veldsportcomplex met verlichting (SBI- 931 nr. G). Vervolgens resteert nog het geluid afkomstig van bewegingen op min of meer harde ondergronden in de open lucht. Daartoe zou de indicatieve milieuafstand voor kunstskibanen (SBI-931 nr. I) kunnen dienen indien hier sprake zou zijn van een open lucht-activiteit. De VNG-brochure biedt daarover geen directe duidelijkheid. Uit het feit dat de grootste afstand hier bepaald wordt door de component 'gevaar' (in verband met het gebruik van koelmiddelen) mag worden aangenomen dat het in casu een overdekte kunstskibaan betreft, zodat ook dit niet bruikbaar wordt geacht voor een beoordeling.


De dichtstbijzijnde bestaande woningen bevinden zich aan de Rubensstraat. Dit is een wijkontsluitingsweg die de skeeler-/ijsbaan scheidt van de woningen. De straatzijde van de woningen op de begane grond is niet of minder relevant voor de beoordeling en kan ook niet getypeerd worden als een rustige woonkant. De achterkant van de woningen worden effectief afgeschermd door de woningen zelf. Zo ook de woningen die met de voorkant op een gemiddelde afstand van circa 30 m van het sportterrein van CJVV zijn gelegen. Uitgaande van dit CJVV-sportcomplex is het redelijk met betrekking tot het stemgeluid dezelfde afstand te hanteren en dan gerekend vanuit de gevel van de woning. Dat omdat aan de voorkant hooguit de vertrekken op de 1e verdieping en hoger maatgevend zijn. Zonder te refereren aan het aanwezige CJVV-terrein zou een beoordeling op grond van de vorengenoemde brochure met betrekking tot de aangehaalde tennisbanen en veldsportcomplex bij een rustige woonzijde 50 m bedragen en bij een niet rustige woonzijde als hier 30 m. De combinatiebaan is gelegen op ca. 75 m uit de gevel van de aanwezige woningen en voldoet daarmee beoordeeld op het stemgeluid en de verlichting ruimschoots aan deze indicatieve afstanden.


Er is nader akoestisch onderzoek gedaan (buro LBP Sight BV, 29 maart 2011) naar de geluideffecten van het gebruik van de skeelerbaan. Dit onderzoek maakt deel uit van de bijlagen bij deze toelichting. Het onderzoek is gedaan om inzicht te krijgen in de inpasbaarheid van de skeelerbaan in relatie tot een goede ruimtelijke ordening, In het onderzoek is gekeken naar vier geluidbronnen: de verkeersaantrekkende werking van de skeelerbaan, het skeelergeluid, het praten bij het skeeleren en het gebruik van 4 omroepinstallaties. Uit dit onderzoek blijkt dat de verkeersaantrekkende werking niet meer bedraagt dan 50 dB(A) en de gezamenlijke geluidbelasting van de overige geluidbronnen op de begane grond -beoordeeld als langtijdgemiddeld beoordelingsniveau- bij de woningen Rubensstraat aan de wegzijde niet meer bedraagt dan 45 dB(A) gedurende de avondperiode, wanneer de skeelerbaan aan de westzijde wordt voorzien van een geluidafscherming met een afschermhoogte van 1,75 m boven het maaiveld. Daarmee wordt voldaan aan de geluiddoelstellingen als verwoord in de bovengenoemde VNG-publicatie (pagina 195) en kan worden gesteld dat de skeelerbaan vanuit goede ruimtelijke ordening inpasbaar is. In het genoemde akoestische onderzoek is voorts een beoordeling conform de Wet milieubeheerpraktijk gegeven. Ook dan is een combibaan ruimtelijk inpasbaar.


De kortste afstand tussen de (westelijk van de skeelerbaan gelegen) natuurijsbaan en de woningen bedraagt circa 30 m. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtafstand van 50 m. De baan sluit echter aan op een bestaand sportcomplex en is reeds in de huidige situatie als ijsbaan bestemd. Bovendien kan hier niet worden gesproken van een gemiddeld veldsportcomplex, maar gaat het om zeer beperkt gebruik als ijsbaan (veelal maar een zeer korte periode in het jaar). Er is ter plaatse van de woningen een goed verblijfsklimaat te garanderen.

Voor de overige veldsportcomplexen geldt, dat die in de huidige situatie al als zodanig zijn bestemd. Hier is dus geen sprake van een nieuwe situatie. Ook lichtmasten zijn in de huidige situatie al mogelijk. Het geldende bestemmingsplan verzet zich daar niet tegen. Ten aanzien van de hoogte van de masten heeft in de huidige situatie de Bouwverordening aanvullende werking en zijn masten mogelijk tot 15 m. De sportcomplexen vallen verder onder de werking van de Wet milieubeheer c.q. het Activiteitenbesluit. Dit besluit stelt voorschriften aan de verlichting. De tijden waarop de verlichting uit moet zijn ((tussen 23.00-07.00 uur en indien er geen sport wordt beoefend) is in dat besluit vastgelegd. Het Activiteitenbesluit bevat ook een zorgplicht. Onder de zorgplicht met betrekking tot lichthinder valt het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinderlijke lichtschijnsels in woon- of slaapvertrekken van woningen als gevolg van lichtinstallaties. Uit de toelichting bij het Activiteitenbesluit blijkt dat de invulling van deze zorgplicht moet worden afgeleid uit de "Algemene Richtlijnen betreffende lichthinder" van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Deze richtlijn bevat regels voor sportcomplexen op het gebied van lichthinder. Er zijn grenswaarden voor verlichting gesteld, waaraan moet worden voldaan. Voor lichthinder kan de gemeente aanvullende nadere eisen stellen om te waarborgen dat aan de richtlijnen wordt voldaan. Als de voorschriften uit het Activiteitenbesluit - in samenhang met de richtlijn van de NVVS voor lichtmasten - in acht worden genomen is er geen sprake van onevenredige lichthinder.

Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) bevat verder geluidsvoorschriften waaraan sportaccommodaties moeten voldoen. Zo mag het geluidsniveau (ook het niveau van aanwezige installaties) afkomstig van een sportcomplex op de gevel van nabijgelegen woningen overdag gemiddeld niet hoger zijn dan 50 dB(A). Voor de avondperiode geldt - afhankelijk van het tijdstip de strengere norm van 45 of (na 23.00 uur) 40 dB(A). De gemeente kan in aanvulling hierop nadere eisen stellen om te zorgen dat daadwerkelijk aan de toegestane niveaus wordt voldaan. Daarnaast heeft de sportvereniging uiteraard zelf de verantwoordelijkheid (zorgplicht) om geluidsoverlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken. Als niet wordt voldaan aan de bovengenoemde voorschriften, kan de gemeente naar aanleiding van een klacht over geluidsoverlast overgaan tot handhavingmaatregelen.


De exacte plek van de nieuwe woningen op de zwembadlocatie is nog niet bekend. Die wordt bepaald in het nog vast te stellen uitwerkingsplan. In de uitwerkingsregels voor deze nieuwe woningbouw is vastgelegd, dat voor de vaststelling van het uitwerkingsplan moet zijn aangetoond dat een aanvaardbare milieuhygiënische woonsituatie ten opzichte van de omliggende "bedrijf"functies (ijs- en skeelerbaan) is gewaarborgd.

Voor hondentrainingsvelden geldt een richtafstand van 50 m tot gevoelige functies. Binnen die afstand zijn in het bestemmingsplan geen nieuwe woningen of andere gevoelige functies voorzien en evenmin aanwezig.