| Plan: | Park Randenbroek e.o. |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0307.BP00024-0201 |
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met dien verstande dat
Op deze gronden zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, die ten dienste staan van de bestemming en nutsvoorzieningen.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het andere bouwwerken gelden de volgende regels:
de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven:
| bouwwerken | max. bouwhoogte |
| palen en masten, waaronder begrepen verlichtingselementen, verkeerstekens en beeldende kunstwerken | 15 m |
| palen en masten, waaronder begrepen verlichtingselementen uitsluitend voor honk- en softbal | 22 m |
| ballenvangers op sportterreinen (w.o. begrepen backstops) | 8 m |
| erf- en terreinafscheidingen | 1,75 m |
| overige andere bouwwerken | 3 m |
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder d van de Wet riumtelijke ordening ter voorkoming van hinder en/of ter voorkoming van negatieve beïnvloeding van de verkeersveiligheid en van mens en dier, nadere eisen stellen aan de situering, het aantal, de hoogte en het type armatuur van lichtmasten c.q. verlichtingselementen en andere lichtuitstralende elementen.
Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder d van de Wet riumtelijke ordening nadere eisen stellen aan de plaats, afmetingen en vormgeving van gebouwen en andere bouwwerken, voor zover nodig ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken en om redenen van stedenbouwkundige inpasbaarheid.
De niet voor bouwen bestemde gronden worden gebruikt volgens het van deze regels (bijlage 2) deel uitmakende Inrichting- en beheerplan Park Randenbroek e.o., definitief ontwerp, zoals dat door de raad op 24 mei 2011 is vastgesteld.
Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval verstaan
1. een gebruik van de gronden met de aanduidingen skeelerbaan (ske) en ijsbaan (ijs) ten behoeve van het houden van een kermis ;
2. een gebruik behoeve van lawaaisporten en als kampeerterrein.
Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt mede verstaan het gebruik voor opvangvoorzieningen van de gronden met de aanduiding specifieke vorm van maatschappelijk uitgesloten-opvangvoorzieningen (-sm-opv).
Burgemeester en wethouders en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 voor het wijzigen van de parkeernormen overeenkomstig een nieuwe door de gemeenteraad vast te stellen parkeernota, dan wel een wijziging van de parkeernormen.