direct naar inhoud van Artikel 10 Sport
Plan: Park Randenbroek e.o.
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0307.BP00024-0201

Artikel 10 Sport

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. sportvelden en dagrecreatie;
  • b. opvangvoorzieningen, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van maatschappelijk uitgesloten-opvangvoorzieningen (-sm-opv);
  • c. zorgvoorzieningen ten behoeve van en ondergeschikt aan de bestemming, uitsluitend in de vorm van fysiotherapie en fitness;
  • d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ijsbaan (ijs) tevens een ijsbaan;
  • e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding skeelerbaan (ske) tevens een skeelerbaan;
  • f. maximaal 3 evenementen per jaar in de periode april tot en met september met een duur van ten hoogste 3 dagen per evenement inclusief opbouw en afbraak van voorzieningen ten behoeve van dat evenement;
  • g. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van sport-hondentrainingsveld (ss-ht), tevens een hondentrainingsveld;
  • h. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van sport-tribune (ss-trb), tevens een tribune;
  • i. horeca van categorie c;
  • j. bij een en ander behorende voorzieningen, zoals tuinen, water, parkeer- en groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen;

met dien verstande dat

  • k. dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals vastgelegd in de van deze regels (bijlage 5) deel uitmakende Nota Parkeernormen d.d. 27 januari 2009;
  • l. de niet voor bouwen bestemde gronden worden aangelegd en ingericht volgens het van deze regels (bijlage 2) deel uitmakende Inrichting- en beheerplan Park Randenbroek e.o., definitief ontwerp, zoals dat is vastgesteld door de raad op 24 mei 2011.

10.2 Bouwregels

Op deze gronden zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, die ten dienste staan van de bestemming en nutsvoorzieningen.

10.2.1 Gebouwen - algemeen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. alleen toegestaan binnen het bouwvlak, met dien verstande dat tribunes ook buiten het bouwvlak maar binnen de aanduiding specifieke vorm van sport- tribune (ss-trb) zijn toegestaan;
  • b. de gronden binnen een bouwvlak mogen geheel worden volgebouwd, tenzij ter plaatse een bebouwingspercentage of een bebouwde oppervlakte is aangegeven; in dat geval geldt dat bebouwingspercentage of de bebouwde oppervlakte;
  • c. de goothoogte en/of bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak mogen niet meer bedragen dan ter plaatse op de verbeelding is aangegeven';
  • d. de bouwhoogte van tribunes mag maximaal 5 m bedragen;
  • e. in afwijking van het bepaalde in a tot en met d geldt voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen een maximale hoogte van 3,5 m.

10.2.2 Andere bouwwerken

Voor het andere bouwwerken gelden de volgende regels:
de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven:

bouwwerken   max. bouwhoogte  
palen en masten, waaronder begrepen verlichtingselementen, verkeerstekens en beeldende kunstwerken   15 m  
palen en masten, waaronder begrepen verlichtingselementen uitsluitend voor honk- en softbal   22 m  
ballenvangers op sportterreinen (w.o. begrepen backstops)   8 m  
erf- en terreinafscheidingen   1,75 m  
overige andere bouwwerken   3 m  

10.3 Nadere eisen

10.3.1 Verlichting

Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder d van de Wet riumtelijke ordening ter voorkoming van hinder en/of ter voorkoming van negatieve beïnvloeding van de verkeersveiligheid en van mens en dier, nadere eisen stellen aan de situering, het aantal, de hoogte en het type armatuur van lichtmasten c.q. verlichtingselementen en andere lichtuitstralende elementen.

10.3.2 Gebouwen en andere bouwwerken

Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder d van de Wet riumtelijke ordening nadere eisen stellen aan de plaats, afmetingen en vormgeving van gebouwen en andere bouwwerken, voor zover nodig ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bouwwerken en om redenen van stedenbouwkundige inpasbaarheid.

10.4 Specifieke gebruiksregels

10.4.1 Gebruik

De niet voor bouwen bestemde gronden worden gebruikt volgens het van deze regels (bijlage 2) deel uitmakende Inrichting- en beheerplan Park Randenbroek e.o., definitief ontwerp, zoals dat door de raad op 24 mei 2011 is vastgesteld.

10.4.2 Skeelerbaan

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval verstaan

1. een gebruik van de gronden met de aanduidingen skeelerbaan (ske) en ijsbaan (ijs) ten behoeve van het houden van een kermis ;

2. een gebruik behoeve van lawaaisporten en als kampeerterrein.

10.4.3 Opvangvoorzieningen

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt mede verstaan het gebruik voor opvangvoorzieningen van de gronden met de aanduiding specifieke vorm van maatschappelijk uitgesloten-opvangvoorzieningen (-sm-opv).

10.5 Afwijkingen

10.5.1 Parkeernormen

Burgemeester en wethouders en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1 voor het wijzigen van de parkeernormen overeenkomstig een nieuwe door de gemeenteraad vast te stellen parkeernota, dan wel een wijziging van de parkeernormen.