Overlast van dieren

Veel dieren zijn beschermd door de Flora- en Faunawet. Bijvoorbeeld ganzen, zwanen, spreeuwen en aalscholvers. De gemeente mag hierdoor niet zomaar ingrijpen als deze dieren overlast veroorzaken. In andere situaties neemt de gemeente maatregelen waar dat nodig is. Dit geldt alleen voor de openbare ruimte.

  Overlast van dieren

Vooral in het voorjaar zijn er veel molshopen. De gemeente bestrijdt in principe geen mollen. Dit gebeurt alleen als openbare gebieden aangetast zijn, zoals afgesloten sport- en speelvelden. En als het verkeer gevaar loopt door molshopen.

De eikenprocessierups is er elk jaar, aan het begin van de zomer. Hij zit alleen in eikenbomen. Van de brandharen van de rups krijgt u jeuk, huiduitslag of irritatie aan ogen of luchtwegen. De gemeente haalt de rupsen en hun nesten weg uit bomen in openbaar gebied.

De spinselmot, ook wel stippelmot genoemd, verschijnt vooral in het voorjaar. De mot laat een soort spinrag op bomen en struiken achter. De spinselmot is niet schadelijk, ook niet voor het groen. De gemeente bestrijdt de spinselmot dan ook niet.

Bladluizen komen vooral voor in lindebomen, maar soms ook in esdoorns, haagbeuken of eikenbomen en veel andere bomen. Ze produceren een plakkerig, honingachtig goedje, waar de gemeente in de zomer vaak meldingen over krijgt. Soms is deze aanslag zelfs zwart. Dan zit er een schimmel op en wordt het roetdauw genoemd. Luizen zijn niet schadelijk voor de volksgezondheid of de boom.

Wat doet de gemeente?

De gemeente kapt geen bomen vanwege luizenoverlast. Een flinke regenbui spoelt de meeste luizen van de bladeren af.

Proeven met bestrijden van luizen

De gemeente heeft in het verleden al een aantal proeven gedaan met het bestrijden van luizen. Helaas allemaal zonder succes. Het blijkt dat er op dit moment nog geen goede methode is gevonden om luizen te bestrijden. Dat geldt ook voor andere gemeenten.

Proeven die de gemeente heeft uitgevoerd

Inzet van lieveheersbeestjes

Lieveheersbeestjes eten luizen. Daarom heeft de gemeente geprobeerd de luizen te bestrijden met behulp van lieveheersbeestjes. Uit de proef bleek echter dat de mieren, die de luizen beschermen, de lieveheersbeestjes opaten.

Injecteren van knoflookextracten

De lucht van knoflook zou luizen moeten verjagen. De gemeente heeft knoflookextracten in de grond en de wortels van de boom geïnjecteerd. Helaas zonder resultaat.

Beluchten grond rond bomen

Het verbeteren van de ondergrondse groeiplaats van bomen zou moeten leiden tot minder luizen. Ook dit heeft de gemeente in 2016 op een aantal locaties uitgevoerd. De komende jaren moeten uitwijzen of dit resultaat oplevert.

Snoeien van bomen

Ook heeft de gemeente bomen die veel overlast gaven, gesnoeid. Maar ook dit leverde niet het gewenste resultaat op.


Van overlast in de openbare ruimte door dieren zoals kakkerlakken, muizen of wespen, kunt u melding doen bij de gemeente.
Als de dieren in uw eigen tuin, erf, schuur of huis zitten, zult u zelf een ongediertebestrijder moeten regelen.

Ratten

Voor overlast van ratten in de openbare ruimte, maar ook in uw eigen tuin, erf, schuur of huis, kunt u altijd een melding doen bij de gemeente.

Bijen of hommels

Heeft u overlast van bijen in of rondom uw huis? Of heeft u een bijenzwerm geconstateerd? Via de Bijenhoudersvereniging kunt u een imker bij u in de buurt vinden.

Hommels zijn niet agressief en hoeven niet weggehaald te worden. Op www.knnv.nl/hommels vindt u allerlei informatie over hommels en advies wat te doen met een hommelnest.

Mediterraan draaigatje

Het mediterraan draaigatje is een exotische mier die zich sinds 2013 verspreidt in Nederland. De soort is nog niet gezien in Amersfoort.

Mediterrane draaigatjes overleven alleen op plekken die flink opwarmen door de zon. Daarom zijn ze vooral te vinden bij stoepen, muren en stenige tuinen op het zuiden. In tegenstelling tot de (in Nederland meest bekende) ‘gewone’ wegmier kunnen mediterrane draaigatjes met meerdere koninginnen en een veel groter volk in één kolonie leven. Die zorgt soms voor overlast.  

Mediterrane draaigatjes maken grote nesten onder de grond die ze onderling verbinden met gangen. Tegels kunnen daardoor verzakken. Ze voeden zich vooral met de plakkerige honingdauw van bladluizen. Soms kruipen ze bij huizen naar binnen op zoek naar voedsel en warmte. Als ze bijten kan dat een vervelend gevoel geven.

Herkennen

Het mediterraan draaigatje lijkt erg veel op de wegmier, maar is iets kleiner. U kunt hem beter herkennen aan zijn gedrag. Ze zijn agressiever dan andere mieren en bijten soms. Dan draaien ze hun achterlijf om in de wond een irriterende stof te verspreiden (vandaar de naam). Draaigatjes lopen altijd met veel tegelijk in grote groepen of lange rijen. Bij rustig zomerweer verschijnen op zonnige plekken de typische kratervormige uitgangen van het nest.   

Wat kunt u doen?

Het mediterraan draaigatje is lastig te bestrijden. Heet water of gif in het nest gieten heeft slechts kort effect en is schadelijk voor planten en nuttige dieren. De kolonie herstelt zeer snel omdat de koninginnen samen enorm veel eitjes leggen. Voorkomen is daarom beter dan genezen: zorg voor voldoende schaduw in de tuinen en neem maatregelen tegen bladluizen. Geef reuksporen geen kans. Ruim in huis en daarbuiten alle voedselbronnen (suikerpot, jam, etensresten op aanrecht of tuintafel) na gebruik altijd direct op.

Denkt u dat het mediterraan draaigatje toch in uw tuin is gekomen? Dan kunt u een melding doen bij de gemeente.