Ontwikkeling kruidenbermen

We houden goed in de gaten dat de kruidenbermen zich goed ontwikkelen. Wil je weten hoe we dat doen? Lees dan het interview met Bram van Schaffelaar. Bram is natuurtechnisch adviseur bij Ginkelgroep uit Veenendaal. Dit bedrijf legt in opdracht van de gemeente kruidenbermen aan in Amersfoort en zorgt ervoor dat ze in een aantal jaren goed ontwikkelen.

Ontwikkeling kruidenbermen

In onze ogen is dat een berm met veel verschillende bloeiende soorten planten. En dan vooral inheemse soorten. Dat zijn plantsoorten die in Nederland in het wild voorkomen en hier dus thuishoren. Zo ontstaat een goed leefgebied voor name insecten als vlinders, bijen, hommels, zweefvliegen en kevers.

Volgroeid betekent eigenlijk dat de meeste ingezaaide soorten zich hebben gevestigd en een stabiel geheel vormen. Dit duurt over het algemeen 3 tot 5 jaar na het inzaaien. De begroeiing bevat veel verschillende soorten en doordat er veel ‘overblijvende’ plantensoorten in de bermen te vinden zijn komen ze jaar na jaar weer terug.

Het belangrijkste bij de aanleg is dat we een zaaibed maken, waar de in te zaaien soorten een goeie kans maken om zich te ontwikkelen. Daarvoor voeren we eerst een bodemonderzoek uit om in kaart te brengen wat de huidige bodem voor kansen biedt en/of gevaren verschuilt. Door een aantal monsters te nemen krijgen we onder andere inzicht in beschikbaarheid van voeding en het vochtgehalte. Afhankelijk van wat daar precies uitkomt maken we een plan. Maar in de basis is zo min mogelijk verstoring in het aanlegproces gewenst. Dus niet frezen of verdichten van de bodem. Het afschrapen van de door grassen overheerste toplaag en licht bewerken van de grond is veelal het meest wenselijk.

Wij volgen de ontwikkeling op de voet door 3x per jaar een opname te doen van de aanwezige planten. Daardoor zien we welke soorten zich ontwikkelen: uit het mengsel of spontaan en in welke hoeveelheden. Daarvan maken we een soortenlijst. We houden de ontwikkelingen en onze waarnemingen bij in een zogenaamd monitoringslogboek. Dat logboek kan specifieke ecologische informatie koppelen aan die waarnemingen. Zo hebben we nauwkeurig inzicht hoe de beplanting zich ontwikkelt naar een bloemrijk grasland. Dit vermelden we allemaal in de jaarrapportages die we aan het einde van het groeiseizoen delen met de gemeente Amersfoort.

Uit de monitoring kan komen dat bepaalde ongewenste soorten zich hebben gevestigd. Dit kunnen bijvoorbeeld invasieve exoten zijn: plantensoorten die niet in Nederland thuishoren en door de mens hier naartoe zijn gehaald. Ze hebben zich weten te vestigen in de natuur en woekeren extreem. Deze soorten bedreigen de diversiteit van de bermen en verwijderen we daarom handmatig. Maar ook Nederlandse soorten zoals riet of ridderzuring kunnen dat en bestrijden we ook. Afhankelijk van de ontwikkeling kunnen we ook gaan variëren in maaimomenten of we kunnen bepaalde soorten gaan bij zaaien. Als blijkt dat er bepaalde voedingsstoffen te veel of juist te weinig aanwezig lijken te zijn kunnen we daar soms ook wat aan bijsturen.

Contact

Heeft u vragen over de uitvoering van de werkzaamheden? Neem telefonisch contact op of stuur een e-mail naar Bram van Schaffelaar:

06 58994406 of

bvanschaffelaar@ginkelgroep.nl.