Nota van Uitgangspunten omgevingsplan Hoogland (909065)

Pilot omgevingsplan Hoogland

Nota van Uitgangspunten

image1


image2

SAMENVATTING


Aanleiding

Op 1 januari 2022 wordt de Omgevingswet ingevoerd. De centrale doelstelling van deze wet is om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken en in stand te houden. De Omgevingswet gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en het eenvoudiger en beter organiseren van alles wat kan en mag in de fysieke leefomgeving. En dan zowel op nationaal, provinciaal als op lokaal gemeentelijk niveau.

Wanneer in 2022 de Omgevingswet in werking treedt, heeft de gemeente in formele zin al een ‘tijdelijk’ omgevingsplan. Dat bestaat uit alle geldende ruimtelijke plannen de regels van de zogenaamde bruidsschat. Dat zijn voormalige rijksregels die worden opgenomen in het Invoeringsbesluit van de Omgevingswet en die de gemeente ‘cadeau’ krijgt van het Rijk. Naast het tijdelijke omgevingsplan is de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort van kracht.

Tot 2029 is er een periode waarin de gemeente alle geldende plannen en verordeningen kan vervangen door deelomgevingsplannen die opgesteld zijn volgens de regels van de nieuwe Omgevingswet en voldoen aan de nieuwe (landelijke) standaarden.

Aanpak

Het maken van een omgevingsplan is een iteratief proces: leren door doen. In de complexe fysieke leefomgeving hangt veel samen wat het maken van een omgevingsplan een enorme klus maakt.

In aanloop naar de Omgevingswet willen we graag ervaring opdoen met het maken van een omgevingsplan. We werken aan de hand van een groeimodel totdat we een omgevingsplan voor de hele gemeente hebben, waarbij we pilots uitvoeren voor deelgebieden en thema’s om te oefenen, te leren en ervaring op te doen met de nieuwe regelgeving en systematiek van de Omgevingswet. Voorliggende pilot omgevingsplan Hoogland is gekozen omdat het bestemmingsplan voor dit gebied toe is aan actualisatie, het gaat om een bestaand woongebied dat geen grote nieuwe ontwikkelingen kent. We gaan oefenen met de nieuwe regelgeving, nieuwe systematiek en plansoftware. Het plangebied voor het omgevingsplan Hoogland is gelijk aan het geldende plangebied van het bestemmingsplan Hoogland.

Voor het omgevingsplan en ook voor de nog op te stellen omgevingsvisie is voor de koers gekozen dat ze integraal tot stand komen omdat alle aspecten van de fysieke leefomgeving erbij worden betrokken. Daarnaast is de inzet voor de pilot omgevingsplan Hoogland “leren door te doen”.

Structuur

De VNG ontwikkelt in het project “Gemeentelijke staalkaarten voor het omgevingsplan” verschillende voorbeelden van onderdelen van het omgevingsplan. We volgen bij het opstellen van het omgevingsplan voor Hoogland o.a. het Casco voor het omgevingsplan. Dit Casco is een structuur voor het omgevingsplan gemaakt door de VNG, nog zonder inhoudelijke regels.

Daarnaast bekijken we bij het opstellen van het omgevingsplan voor Hoogland ook de staalkaart ‘Bestaande Woonwijk’, dit is de eerste gebiedsgerichte staalkaart en beoogt inzicht te geven in hoe de systematiek van het omgevingsplan kan werken als ook ruimtelijke regels en milieuregels in het plan worden geïntegreerd.

Bij het opstellen van een omgevingsplan staan we voor veel keuzes. Bijvoorbeeld: moet of wil ik regels stellen over een bepaalde activiteit, gelden de regels voor het hele grondgebied, is de activiteit direct toegestaan of zou er een vergunningplicht voor moeten gelden? Op deze en andere vragen moet steeds een antwoord worden gegeven. Het systematisch langslopen van een aantal ontwerpvragen draagt bij aan de consistentie van het omgevingsplan. Het komt de inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en werkbaarheid van het omgevingsplan ten goede. De VNG heeft daarom een hulpmiddel gemaakt waarmee in drie stappen per activiteit gestructureerd keuzes kunnen worden gemaakt. Het betreft de volgende ontwerpkeuzes:

  1. Wat moet, wil of kan ik regelen in het omgevingsplan? (Wat zijn de kaders?)

Hier wordt op ingegaan in paragraaf 2.3. De kaders zijn in deze Nota van uitgangspunten in beeld gebracht en komen hieronder terug bij de inhoudelijke uitgangspunten.

2. Wat wil ik waar regelen en waarom, de doelen van het omgevingsplan?

Hier wordt op ingegaan in paragraaf 2.4. Het omgevingsplan wordt vastgesteld met het oog op de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet. Het is niet nodig om deze doelen één-op-één over te nemen in het omgevingsplan. Wel zal duidelijk gemaakt moeten worden waarop het omgevingsplan is gericht. De doelen voor Hoogland worden in het concept-omgevingsplan in beeld gebracht.

3. Hoe wil ik een activiteit regelen?

Hier wordt op ingegaan in paragraaf 2.5. In de derde stap van de ontwerpvragen staat de ‘hoe-vraag’ centraal. Deze stap heeft daarmee een meer wetgevingstechnisch karakter. Omdat de Omgevingswet veel nieuwe instrumenten en regeltechnieken kent (in vergelijking met het bestemmingsplan nu) is het zinvol en noodzakelijk hierbij stil te staan. Deze vraag wordt beantwoord in het concept-omgevingsplan zelf.

De Omgevingswet wordt ondersteund door een verregaande digitalisering. Net als in de bestaande situatie, zullen de rijksregels en de decentrale regels (waaronder het omgevingsplan) via digitale weg worden ontsloten. Dat is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat alle regels die van toepassing zijn op de fysieke leefomgeving via één service worden ontsloten. Een gebruiker zal dus met één klik op de kaart, alle regels die op de betreffende locatie gelden gepresenteerd krijgen. Dat stelt voorwaarden aan de manier waarop het omgevingsplan voor Hoogland wordt opgesteld. Om kort te gaan maken we geen verbeelding meer, maar wordt alle geografische gegevens over waar welke regels gelden opgenomen in de digitale regeltekst. We kunnen daarbij gebruik maken van veel van de digitale geografische data die we als Amersfoort in de loop der jaren hebben verzameld. Daarnaast hebben we nieuwe software aangeschaft, waarmee we de planregels (met geografische aanduidingen) aan kunnen bieden aan de landelijke voorziening. Bij het opstellen van omgevingsplan voor Hoogland zullen we gebruik maken van de opties die deze nieuwe software ons biedt.

De Omgevingswet legt grote nadruk bij het borgen van inbreng van de omgeving, bij de voorbereiding van besluitvorming. Participatie is bij het opstellen van een omgevingsplan verplicht. Bij de aankondiging van het project waarmee het omgevingsplan voor Hoogland wordt opgesteld, is aangegeven dat de bestaande gebruikers van het plangebied daar bij zullen worden betrokken. Er zijn brieven naar alle bewoners gestuurd en er is een internetplatform ingericht waarmee de betrokkenen over de vorderingen worden geïnformeerd en waar zij wensen, verlangens, commentaar en reacties kunnen indienen. De reacties zijn samengevat in paragraaf 4. De echte inhoudelijke reacties zullen meegenomen worden in de pilot. In de bijlage 1 zijn alle reacties van een gemeentelijke reactie voorzien.

Inhoudelijke uitgangspunten

  1. De begrenzing van het plangebied komt nagenoeg overeen met de “natuurlijke” grenzen van het dorp en is gelijk aan het geldende bestemmingsplan Hoogland;
  2. De belangrijkste kaders zijn vanuit de gemeente de nog in ontwikkeling zijnde omgevingsvisie (en vooruit lopend daarop het vastgestelde gemeentelijke ruimtelijke beleid), de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort (floA) en het raadsbesluit van 21 april 2020 om de huidige regels ten aanzien van vergunningvrij bouwen niet te verruimen maar een snelservice in te richten, vanuit het Rijk het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de Bruidsschat en vanuit de provincie de Utrechtse provinciale verordening.
  3. We kijken voor het omgevingsplan Hoogland hoe het tot nu toe vastgestelde beleid kan en moet worden vertaald in regels, maar we lopen niet vooruit op het gesprek dat rond de omgevingsvisie en de gebiedsuitwerking van de visie plaatsvindt. Echter, de vaststelling van de omgevingsvisie is voorzien in 2021. Mochten er doelstellingen zijn opgenomen voor Hoogland dan kunnen we die voor de vaststelling van het omgevingsplan door de raad in 2022 wel alsnog verwerken.
  4. We werken parallel aan dit omgevingsplan en aan de analyse van de bruidsschat. In het omgevingsplan nemen we de aan de Amersfoortse situatie aangepast bruidsschat op.
  5. Het deelomgevingsplan voor Hoogland is in belangrijke mate conserverend. Er worden weinig ontwikkelingen binnen het plangebied voorzien. Met het omgevingsplan worden daarom met name de bestaande activiteiten toegelaten en wordt bij het opstellen van de regels hoofdzakelijk uitgegaan van het daarmee vastleggen van de bestaande gebruiksruimten.
  6. In Hoogland zijn 2 locaties waar op dit moment ontwikkelingen zijn te verwachten. Voor de locatie Engweg 9 (voormalige bibliotheek) heeft een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen, die woningbouw mogelijk maakt. Voor de tweede locatie aan de Hamseweg 2 is het nog onduidelijk of er ontwikkelingen gaan plaatsvinden, bekeken zal worden hoe we hiermee om kunnen gaan.


Leren

Het belangrijkste doel van dit project is het opstellen van een omgevingsplan voor Hoogland. Een belangrijk nevenaspect daarbij is het leren van hoe het nu eigenlijk in zijn werk gaat, het opstellen van zo’n omgevingsplan. Voor dit project zijn vier leerdoelen geformuleerd:

  1. Het in de praktijk leren werken met nieuwe juridische instrumenten en systematiek (waarbij gebruik wordt gemaakt van o.a. VNG casco, staalkaarten en ontwerpvragen).
  2. Het opleveren van een proces (stappenplan) hoe te komen tot een Omgevingsplan. Processtappen, wie erbij betrekken op welk moment, etc. Zodat we maar 1x het wiel hoeven uit te vinden.
  3. Ondanks het feit dat er sprake is van een bestaand gebied en ondanks dat bepaalde keuzes zijn gemaakt zoals bij de snelserviceformule is het interessant om na te gaan op welke wijze met de in de Omgevingswet,  AMvB ’s en regelingen de gewenste flexibiliteit in het omgevingsplan kan worden opgenomen.  
  4. Het leren inbrengen van deze nieuwe werkwijze in de plansoftware en daarbij koppelen met het DSO.

Tijdens het uitvoeren van het project beschrijven we in elke stap die we daarbij zetten de resultaten en leermomenten die we hierin opdoen. Daarmee bouwen we gedurende het project aan een leerboek, ook wel spoorboekje genoemd, waarmee we onze collega’s kunnen trainen in het maken van omgevingsplannen. In dit spoorboekje vertalen we de handvatten die de VNG biedt naar een praktische aanpak voor het maken van het omgevingsplan van Amersfoort.

Planning en procedure

Afsluitend gaan we in op de procedure en de planning van dit project.

Er is geen plan-m.e.r. beoordeling nodig. Het Omgevingsplan Hoogland is een conserverend plan waarin het accent ligt op het beschermen en behouden van de aanwezige waarden. Er worden slechts in beperkte mate nieuwe ontwikkelingen voorzien en toegestaan, mits kleinschalig van omvang. De regels in het Omgevingsplan bieden geen tot zeer beperkt ruimte voor project-m.e.r.-plichtige projecten en activiteiten, zoals genoemd in de bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. Voor zover er in de nabije toekomst ruimte wordt geboden voor de bouw van nieuwe woningen, winkel- en parkeerruimte is die ontwikkeling zeer kleinschalig en vindt deze plaats binnen het beschikbare bouwvlak. Op grond van jurisprudentie is er onder die voorwaarden geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject (D11.2) en een plan-m.e.r.-beoordeling nodig.

Het streven is dat de voorliggende Nota van Uitgangspunten in het najaar van 2020 wordt vastgesteld. Hierop zal het conceptontwerp omgevingsplan worden opgesteld, dat, na een participatie-bijeenkomst naar verwachting in het voorjaar van 2021 aan de gemeenteraad ter vaststelling zal worden voorgelegd. Het uiteindelijke omgevingsplan zal na inwerkingtreding van de Omgevingswet met ingang van januari 2022 kunnen worden vastgesteld.


1. INLEIDING

1.1 Aanleiding

Op 1 januari 2022 wordt de Omgevingswet ingevoerd. De centrale doelstelling van de wet is om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken en in stand te houden. De Omgevingswet gaat over het eenvoudiger en beter organiseren van alles wat kan en mag in de fysieke leefomgeving. En dan zowel op nationaal, provinciaal als op lokaal gemeentelijk niveau.

In de afgelopen jaren is er in Amersfoort al veel gebeurd in de aanloop naar de implementatie van de nieuwe Omgevingswet. Om te beginnen is in oktober 2016 het Koersdocument implementatie Omgevingswet door het college vastgesteld, zie link en is in de eerste helft van 2017 een Impactanalyse gemaakt, zie link. Hierin is in kaart gebracht welke veranderingen de invoering van de nieuwe Omgevingswet met zich meebrengt. In 2018 is gewerkt aan een implementatieplan. Er zijn sessies geweest met kernteam, afdelingsmanagement, college en raad om gevoel te krijgen bij richtinggevende keuzen die gemaakt moeten worden. Op 5 februari 2019 is het Implementatieplan vastgesteld (RIB 2019-012, zie link) op basis waarvan wij aan de implementatie van de Omgevingswet werken. Het Implementatieplan is op 8 februari 2020 geactualiseerd en de raad is geïnformeerd met (RIB 2020-018, zie link).
We zijn volgens het Implementatieplan in samenhang aan de slag in samenhang langs vijf sporen:
1a. Omgevingsvisie en 1b. Omgevingsplan
2. DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet)
3. Dienstverlening en omgevingsvergunning
4. Participatie en communicatie
5. Leren en organiseren

1.2 Omgevingsplan

Een omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied bevat de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en moet bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving. In de wet staat een opsomming van onderdelen die in elk geval onder de fysieke leefomgeving vallen: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed.

Een omgevingsplan heeft een bredere scoop dan de bestemmingsplannen zoals we die nu kennen.

Alle regels die te maken hebben met het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving komen in het omgevingsplan bij elkaar. De gemeente is bevoegd voor toezicht en handhaving van de regels in het omgevingsplan.

De basiselementen van het omgevingsplan zijn:
* evenwichtige toedeling van functies aan locaties

* regels over activiteiten

* binnenplanse omgevingsplanactiviteit

* exploitatieregels en –voorschriften

* milieugebruiksruimte

Wanneer in 2022 de Omgevingswet in werking treedt, krijgt de gemeente van rechtswege een omgevingsplan dat bestaat uit een tijdelijk deel dat bestaat uit alle geldende ruimtelijke plannen en een aantal in het schema hieronder genoemde verordeningen. Daarnaast komen ook de regels van de zogenaamde bruidsschat in het omgevingsplan. Dat zijn voormalige rijksregels die worden opgenomen in het Invoeringsbesluit Omgevingswet en die de gemeente ‘cadeau’ krijgt van het Rijk.

image3

Afbeelding: omgevingsplan: tijdelijke en nieuwe deel.

Tot eind 2029 is er een periode waarin de gemeente het tijdelijk omgevingsplan en delen van andere gemeentelijke verordeningen kan vervangen door omgevingsplannen die opgesteld zijn volgens de regels van de nieuwe Omgevingswet en voldoen aan de nieuwe (landelijke) standaarden. Wij hebben hierop voorgesorteerd door die (delen van verordeningen) samen te brengen in de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort.

Om ons zo goed mogelijk voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet en het Omgevingsplan Amersfoort heeft de raad op 1 oktober 2019 de startnotitie voor het ‘Omgevingsplan Amersfoort’ vastgesteld. In deze startnotitie worden 2 fasen onderscheiden met verschillende punten:
1e Fase: tot invoering Omgevingswet (1/1/2022)
2e Fase: de transitiefase (tijdens het overgangsrecht van 2022 tot 2029)


In het tweede kwartaal van 2021 wordt een transitieplan aan de gemeenteraad voorgelegd voor de 2e fase. Hoe komen we tot een omgevingsplan voor gehele Amersfoortse grondgebied? In deze startnotitie voor het Omgevingsplan Amersfoort, die zal worden opgesteld in het najaar van 2020, zullen we o.a. verder ingaan op het plan van aanpak daarvoor (gebiedsgerichte en/of een themagewijze opbouw of een combinatie van beiden, opname bruidsschat, verordeningen en gaan we bekijken welke ambitietermijn voor de vaststelling van het Omgevingsplan Amersfoort haalbaar is. De opgedane ervaringen met het ‘aan de slag gaan’ in de verschillende pilots voor het omgevingsplan (zie hierna onder 1d) geeft richting aan de ambitie voor de termijn waarop we het Omgevingsplan Amersfoort aan de gemeenteraad ter vaststelling voorleggen.


1e Fase: tot invoering Omgevingswet (2022)
a. digitaliseren en actualiseren van alle bestemmingsplannen voor 2022
Alle bestemmingsplannen zijn geactualiseerd en gedigitaliseerd, met uitzondering van gebieden die op dit moment in ontwikkeling zijn. De bestaande planvoorraad is opgeschoond in ruimtelijkeplannen.nl zodat de juiste plannen in het Tijdelijk Omgevingsplan komen.


b. het maken van een verordening fysieke leefomgeving voor Amersfoort

De verordening fysieke leefomgeving Amersfoort is op 30 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld (zie link). Door het bundelen van de bestaande verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn we beter voorbereid op de komst van de Omgevingswet en is het inzichtelijker welke regels straks deel gaan uitmaken van het Omgevingsplan Amersfoort.
In de verordening fysieke leefomgeving zijn de volgende ‘oude’ regels opgenomen: onderdelen uit de Algemene plaatselijke verordening (houtopstanden; standplaatsen, bruikbaarheid van de weg; geluidhinder, reclame), de Marktverordening, de Erfgoedverordening, de verordening gesloten bodemenergiesystemen en het onderdeel Bodem uit de Bouwverordening. Hierbij de link naar de verordening: link

Naast de verordeningen zijn overigens ook de beleidsregels geïnventariseerd en opgenomen in de ‘nadere regels en beleidsregels fysieke leefomgeving Amersfoort’. Het gaat dan om de beleidsregels Bomen 2014, beleidsregels voor het plaatsen van GSM-installaties 2000, beleidsregels kamerverhuur gemeente Amersfoort 2017, beleidsregels Standplaatsvergunningen Amersfoort 2013, beleidsregels Oplaadinfrastructuur Elektrische Voertuigen 2016, de terrassennota Amersfoort 2013 en het Marktreglement Amersfoort 2013. Hierbij de link.

c. de bruidsschat inventariseren
De bruidsschat is een cadeau van het rijk aan gemeenten; het zijn rijksregels die vervallen en daarom straks automatisch onderdeel worden van ons omgevingsplan. Denk aan regels voor horeca, detailhandel, agrarische activiteiten, benzinestations, rioolwaterzuivering en bouwwerken. De gemeente mag de regels van de bruidsschat overnemen, aanpassen of schrappen. Om te bepalen hoe wij in Amersfoort met deze regels om willen gaan, analyseren we de hele bruidsschat en doen wij daar voorstellen voor. De aanpak is themagewijs: we zijn gestart met werkgroepen rondom thema’s als bodem, geur, geluid, afvalwater en erfgoed. De RUD en het Waterschap Vallei en Veluwe denken ook mee. We streven ernaar dat dit jaar af te ronden en in 2021 voor te leggen aan de gemeenteraad.


d. oefenen met nieuwe structuren voor het omgevingsplan om ervaring op te doen met de Omgevingswet
Het maken van een omgevingsplan is een iteratief proces: leren door doen. In de complexe fysieke leefomgeving hangt veel samen wat het maken van een omgevingsplan een enorme klus maakt.
In aanloop naar de Omgevingswet willen we graag ervaring opdoen met het maken van een Omgevingsplan. We gaan oefenen met nieuwe structuren en met de nieuwe daartoe aangeschafte software. We werken aan de hand van een groeimodel totdat we een omgevingsplan voor de hele gemeente hebben, waarbij we pilots uitvoeren voor deelgebieden en thema’s om te oefenen, te leren en ervaring op te doen met de nieuwe regelgeving en systematiek van de Omgevingswet.

Er wordt gewerkt aan de volgende drie pilots:
Pilot omgevingsplan De Hoef West is aangewezen met als leerdoel het balanceren tussen “loslaten” en “sturen” om ontwikkelingen mogelijk te maken. De Startnotitie voor het omgevingsplan is in oktober 2019 in de raad vastgesteld. De afgelopen maanden heeft het maken van een bestemmingsplan voor het centrumgebied van de Hoef prioriteit gehad om daar ontwikkelingen mogelijk te maken. De werkzaamheden voor het omgevingsplan zijn onlangs, in samenwerking met de provincie, opgestart.

Pilot omgevingsplan Energietransitie voor het hele grondgebied van de gemeente. Bij een omgevingsplan voor energietransitie kan je bijvoorbeeld denken aan het reguleren van duurzame opwekking van energie, het aansluiten op het warmtenet, een verbod op houtstook of een maatwerkregel voor energieneutraliteit voor alle nieuwbouw op het grondgebied van de gemeente. Binnen deze pilot onderzoeken we welke opgaven niet specifiek gebiedsgericht zijn maar vragen om gemeentebrede aanpak. Daarbij onderzoeken we wat de beste manier is om te sturen: via eenduidige regels in een omgevingsplan of met andere methoden (bijvoorbeeld subsidies of voorlichting). Ook bij deze pilot staan oefenen en ontdekken centraal. Zowel de VNG als het ministerie van BZK zijn geïnteresseerd en doen mee in deze pilot.

Voor de pilot omgevingsplan Hoogland is gekozen omdat het bestemmingsplan voor dit gebied toe is aan actualisatie, het gaat om een bestaand woongebied dat geen grote nieuwe ontwikkelingen kent. De nadruk ligt op het oefenen met de nieuwe software, nieuwe systematiek en regelgeving. Het plangebied voor het omgevingsplan Hoogland is gelijk aan het geldende plangebied van het bestemmingsplan Hoogland.

1.3 Plangebied omgevingsplan Hoogland

Het plangebied ligt ten noordwesten van het stadscentrum van Amersfoort. Hoogland is van oudsher een plattelandsgemeente die in 1973 is opgenomen in het Amersfoortse groeistadgebied. Hoogland heeft echter haar eigen identiteit behouden wat tot uiting komt in het nog steeds aanwezige “dorpse” karakter. Het betreft voornamelijk woongebied, met concentraties van voorzieningen zoals winkels langs de twee hoofdwegen (Hamseweg en Zevenhuizerstraat).

De begrenzing van het plangebied komt overeen met de “natuurlijke” grenzen van het dorp. Het plan wordt aan de westzijde begrensd door de Bunschoterstraat. De noordgrens wordt gevormd door de Rondweg-Noord. De oostzijde van het plangebied grenst aan het Park Schothorst en de wijk Kattenbroek. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het agrarische gebied Groot Weede.


2. AANPAK

2.1 Sturingsfilosofie voor de implementatie van de Omgevingswet in Amersfoort

In het Koersdocument implementatie Omgevingswet dat door het college in oktober 2016 is vastgesteld en met een RIB aan de raad is voorgelegd, is voor de koers gekozen om te starten met een vernieuwende invoeringsstrategie voor onderdelen participatie, meer lokale bestuurlijke afwegingsruimte, integraal werken en bij de verschuiving van vergunningverlening naar dienstverlening. De gemeente gebruikt de Omgevingswet om een forse vernieuwingsslag door te voeren, maar bij het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) is een vernieuwende insteek niet opportuun. Daar kiezen we voor een consoliderende strategie om de onderdelen door te voeren die gerelateerd zijn aan de wettelijk noodzakelijke wijzigingen. Overigens kan gedurende de implementatie van de Omgevingswet door voortschrijdend inzicht de koers of de strategie worden bijgesteld.

image6

Meer specifiek is - voor zowel de omgevingsvisie als het omgevingsplan – voor de koers gekozen dat ze integraal tot stand komen omdat alle aspecten van de fysieke leefomgeving erbij worden betrokken. Daarnaast is de inzet “leren door te doen”. Lessen uit de verschillende pilots zullen worden gebruikt in het maken van het omgevingsplan (zie meer hierover in hoofdstuk 5).

2.2 Structuur

De VNG ontwikkelt in het project “Gemeentelijke staalkaarten voor het omgevingsplan” verschillende voorbeelden van onderdelen van het omgevingsplan. We volgen bij het opstellen van het omgevingsplan voor Hoogland o.a. het Casco voor het omgevingsplan. Dit Casco is een structuur voor het omgevingsplan gemaakt door de VNG, nog zonder inhoudelijke regels waarbij de volgende hoofdstukindeling is gemaakt.


Structuur van het Casco

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Doelen
Hoofdstuk 3 Programma’s
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
Hoofdstuk 5 Activiteiten
Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud
Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen
Hoofdstuk 8 Procesregels
Hoofdstuk 9 Handhaving
Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie
Hoofdstuk 11 Overgangsrecht
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen

Staalkaart bestaande woonwijk
Daarnaast bekijken we bij het opstellen van het omgevingsplan voor Hoogland ook de staalkaart ‘Bestaande Woonwijk’, dit is de eerste gebiedsgerichte staalkaart en beoogt inzicht te geven in hoe de systematiek van het omgevingsplan kan werken als ook ruimtelijke regels en milieuregels in het plan worden geïntegreerd. We kijken er naar om te leren maar nemen dit niet een op een over. We hebben en nemen de vrijheid om daar zo nodig van af te wijken. De “Bestaande Woonwijk” is een wijk te vergelijken met voorliggend plangebied voor Hoogland. Een wijk waar geen grote ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, maar waar wel een aantal vraagstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving spelen. Het samenkomen van ruimtelijke en milieuthema’s (en andere thema’s) in één omgevingsplan roept een aantal indelingsvragen op. Daarbij zijn in deze staalkaart twee belangrijke keuzes te onderscheiden, namelijk:
1. Wordt de toelating van activiteiten (op een locatie) geregeld en zo ja, hoe?
2. Hoe worden de regels gegroepeerd?

Ontwerpkeuzes

Bij het opstellen van een omgevingsplan staan we voor veel keuzes. Bijvoorbeeld: moet of wil ik regels stellen over een bepaalde activiteit, zijn er op rijksniveau al regels gesteld over het onderwerp, kan het omgevingsplan aanvullend hierop maatwerkregels opnemen, gelden de regels voor het hele grondgebied, is de activiteit direct toegestaan of zou er een vergunningplicht voor moeten gelden? Op deze en andere vragen moet steeds een antwoord worden gegeven. Het systematisch langslopen van een aantal ontwerpvragen draagt bij aan de consistentie van het omgevingsplan. Het komt de inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en werkbaarheid van het omgevingsplan ten goede. De VNG heeft daarom een hulpmiddel gemaakt waarmee in drie stappen per activiteit gestructureerd keuzes kunnen worden gemaakt. Het betreft de volgende ontwerpkeuzes:

1. Wat moet, wil of kan ik regelen in het omgevingsplan? (Wat zijn de kaders?)

2. Wat wil ik waar regelen en waarom, wat zijn de doelen?

3. Hoe wil ik een activiteit regelen?
We gebruiken deze ontwerpvragen bij het opstellen van de regels.


Andere opties en die digitaal worden ondersteund
Naast bovengenoemde Casco, de staalkaart Bestaande Woonwijk en de drie ontwerpvragen voor het omgevingsplan maken we ook gebruik van de mogelijkheden die onze software ons biedt.
De software maakt het namelijk ook mogelijk om functies te benoemen op een locatie naast het beschrijven van activiteiten, het kiezen voor een thematische aanpak. Ook kan een aanpak zijn om te kiezen voor een combinatie van genoemde mogelijkheden. In hoofdstuk 3 wordt verder ingegaan op de digitale opzet en de aanvullende mogelijkheden die er zijn vanuit de software applicatie.

2.3 Wat zijn de kaders?

Inleiding

De eerste stap bij het ontwerp van een omgevingsplan betreft de kaders.

2.3.1 Kaders in de omgevingsvisie of programma’s

De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Op gemeentelijk niveau stelt de gemeenteraad de omgevingsvisie vast. In omgevingsvisies kunnen doelstellingen zijn opgenomen waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van de regels van het omgevingsplan. De logische volgorde van werken zou zijn om eerst een omgevingsvisie vast te stellen en daarna het omgevingsplan te maken. Omdat we toch nu al graag willen oefenen met een omgevingsplan laten we die logische volgorde los.

Dat betekent dat in het omgevingsplan Hoogland wel wordt gekeken of en hoe het tot nu toe vastgestelde beleid kan en moet worden vertaald in regels, maar we niet vooruitlopen op het gesprek dat rond de visie en de gebiedsuitwerking van de visie plaatsvindt.
Echter, de vaststelling van de omgevingsvisie is voorzien in 2021. Mochten er doelstellingen zijn opgenomen voor Hoogland dan kunnen we die voor de vaststelling van het omgevingsplan door de raad in 2022 alsnog verwerken.

Ook het programma is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Een programma bevat de maatregelen om de om aan omgevingswaarden of doelstellingen uit de omgevingsvisie te voldoen. In Amersfoort werken we gelijktijdig met het ontwikkelen van de omgevingsvisie aan een aanpak voor de (vrijwillige) programma’s. Op basis van huidige regels en beleid zijn er geen verplichte programma’s die in Amersfoort moeten worden opgesteld.

Bij het opstellen van het omgevingsplan voor Hoogland, wordt aansluiting gezocht bij de thema’s die zijn gekozen voor de omgevingsvisie:

  • Wonen
  • Werken
  • Voorzieningen
  • Verkeer en vervoer
  • Groen en openbare ruimte
  • Duurzame stad

2.3.2 Hebben Rijk of provincie kaders gesteld?

Vanuit het Rijk worden kaders gesteld in de Omgevingswet zelf, in het Besluit kwaliteit leefomgeving

(Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de

Omgevingsregeling.

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

Algemeen
Het Bal bevat, samen met het Bbl, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het Bal voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is en voor welke activiteiten een meldingsplicht geldt. Het Bal bevat voor een beperkt aantal activiteiten regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. In het Bal ontbreken op dit moment nog voor een aantal thema’s de daarop van toepassing zijnde regels. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd.


Maatwerkregels in omgevingsplan
Het Bal biedt een algemene mogelijkheid om met een maatwerkregel af te wijken van de bepalingen van het Bal. Voor het opstellen van maatwerkregels voor milieubelastende activiteiten geldt als voorwaarde dat het gaat om maatwerk in het belang van het milieu.
De gemeente kan maatwerkregels stellen voor milieubelastende activiteiten in het omgevingsplan.
Maatwerkregels zijn mogelijk voor:

  • Milieubelastende activiteiten, artikel 2.12 Bal
  • Activiteiten bij rijksmonumenten, artikel 13.8 Bal
  • Activiteiten bij werelderfgoed, artikel 14.8 Bal

Het Bal is maar op een beperkt deel van de milieubelastende activiteiten van toepassing; het ziet alleen op de relatief zware industriële activiteiten. Deze komen binnen het plangebied met uitzondering van het openbare zwembad niet voor. Het deelomgevingsplan Hoogland maakt het realiseren van nieuwe relatief zware bedrijfsmatige activiteiten ook niet mogelijk. Ook bevinden zich binnen het deelplangebied geen rijksmonumenten of activiteiten bij werelderfgoed. In het deelomgevingsplan Hoogland zal daarom geen invulling worden gegeven aan de mogelijkheid op grond van het Bal om gebruik te maken van maatwerkregels.

Milieugebruiksruimte
De toedeling van functies aan locaties en het in samenhang daarmee stellen van regels in het omgevingsplan, biedt mogelijkheden voor een meer planmatige verdeling van gebruiksruimte. Bij het toedelen van functies aan die locaties kan in het omgevingsplan ook de milieugebruiksruimte worden bepaald. Zoals hiervoor aangegeven worden er op dit moment binnen het plangebied geen activiteiten uitgevoerd waarop het Bal ziet en worden deze ook niet toegelaten. Het toedelen van gebruiksruimte binnen het plangebied zal dan ook in hoofdzaak niet haar grondslag vinden in het Bal.

Op grond van het Bal gelden er voor het openbare zwembad regels voor het bereiken van een zekere mate van energiebesparing bij het in uitvoering hebben van de activiteit, eisen aan de kwaliteit van het badwater en de opslag van chloor. Van deze algemene regels kan worden afgeweken door in het omgevingsplan maatwerkregels op te nemen. In het Bal is de bevoegdheid om maatwerkregels te stellen afgebakend tot ofwel het stellen van aanvullende regels op de rijksregels ofwel onder voorbehoud dat daarvoor in de plaats tredende maatwerkregels niet tot een versoepeling ten opzichte van de rijksregels leiden. Overigens is in dit geval sprake van slechts één zwembad binnen het plangebied. In dat geval zou kunnen worden overwogen om – áls zou worden overwogen om gebruik te maken van de mogelijkheid om maatwerk toe te passen = in plaats van maatwerkregels, maatwerkvoorschriften voor deze specifieke activiteit in een daarop van toepassing zijnde omgevingsvergunning op te nemen.

Decentraal tenzij
In onderstaand overzicht uit de NvT bij het Bal wordt een niet uitputtend overzicht gegeven dat duidelijkheid kan verschaffen over het type milieubelastende activiteiten dat centraal en decentraal wordt geregeld.

image7

Zoals in het voorgaande is aangegeven, is het Bal binnen het plangebied van Hoogland alleen van toepassing op het zwembad met haar opslag van chloor. Voor het overige vinden er binnen het plangebied geen activiteiten plaats die onder de werkingssfeer van het Bal vallen. De in het voorgaande overzicht in de linker kolom opgenomen milieubelastende activiteiten zullen met het omgevingsplan moeten worden gereguleerd als dat nodig is om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te borgen (en deze activiteiten binnen het omgevingsplan zijn toegestaan). In het navolgende wordt hierop in het kader van de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) ingegaan.

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Het Rijk stelt in het Bkl instructieregels op die gemeenten bij het maken van een omgevingsplan moeten volgen. De instructieregels gaan over het uitvoeren van taken en het gebruiken van instrumenten. Voor het opstellen van omgevingsplannen zijn in hoofdstuk 5 van het Bkl instructieregels opgenomen. Per paragraaf is een aantal voorbeelden opgenomen om een indruk te krijgen van de onderwerpen waarmee bij het opstellen van een omgevingsplan rekening moet worden gehouden:

  1. algemeen (paragraaf 5.1.1.): dienstenrichtlijn
  2. waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2): externe veiligheid
  3. beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3): primaire waterkering, grote rivieren, IJsselmeer
  4. beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4): lucht, geluid, trillingen, windturbines, bodem, geur
  5. beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5): Waddenzee, ladder duurzame verstedelijking, werelderfgoed
  6. behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6): autowegen, autosnelwegen, hoofdspoorwegen, Mainport Rotterdam, Kaagbaan
  7. behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7): landsverdediging en nationale veiligheid, radar, vliegroutes, elektriciteit, vaarwegen
  8. bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8) voor personen met een functiebeperking
  9. de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving (afdeling 5.2):
    1. omgevingsplan bevat geen regels die vernieuwing van de hoofdspoorweginfrastructuur of een rijksweg belemmeren
    2. voor lokale spoorwegen wordt in omgevingsplan de geometrische begrenzing vastgelegd van het beperkingengebied
    3. omgevingsplan laat lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool onder voorwaarden (voldoen aan gestelde eisen) toe
  10. ontheffingsmogelijkheden van instructieregels omgevingsplan zijn opgenomen in afdeling 5.3

Bij het opstellen van het deelomgevingsplan voor Hoogland zal invulling gegeven moeten worden aan de thema’s genoemd onder 1, 2, 3, 4, 5, en 8.

Voor het thema veiligheid zal bij het opstellen van het omgevingsplan rekening gehouden moeten worden met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Bunschoterstraat. In het voorgaande is al opgemerkt dat in verband met de chlooropslag bij het zwembad, rijksregels op grond van het Bal van toepassing zijn. De gebruiksruimte voor het thema veiligheid dat met deze opslag samenhangt is met het onderliggende plan vastgelegd. Op grond van de Omgevingswet hoeft geen rekening gehouden te worden met een grotere gebruiksruimte dan voor de bestaande situatie geldt.

De gemeente Amersfoort is geen op grond van het Bkl aangewezen aandachtsgebied voor de kwaliteit van de buitenlucht. Het plan voorzien niet in de aanleg van wegen of wegtunnels. In het omgevingsplan hoeven daarom geen regels op grond van de instructieregel voor luchtkwaliteit uit het Bkl opgenomen te worden.

Amersfoort is overigens wel aangewezen als agglomeratie als bedoeld in de Europese Richtlijn Omgevingslawaai. Dit houdt in dat de gemeente voor het wegverkeer, industrielawaai en railverkeer binnen de gemeentegrenzen geluidkaarten zoals bedoeld in het Bkl moet vaststellen. In het omgevingsplan kunnen regels moeten worden opgenomen die nodig zijn om het programma, dat met deze geluidkaarten samenhangt, tot uitvoering te doen brengen.

Het omgevingsplan maakt verschillende milieubelastende activiteiten binnen het plangebied mogelijk of maakt het continueren daarvan mogelijk. In het omgevingsplan zullen daarom regels moeten worden opgenomen die in overeenstemming zijn met de instructieregel over geluid en trillingen door activiteiten uit het Bkl. De geluidbelasting door het wegverkeer van de wegen die het plangebied doorkruisen en omlijsten, moet ook in het omgevingsplan worden gereguleerd. Op grond van het Bkl wordt voor het gemeentelijke wegennetwerk een geluidkaart vastgesteld. Voor de provinciale weg zullen door de provincie geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Op basis van de gegevens die aan deze beide geluidsystemen ten grondslag hebben gelegen, zal in het omgevingsplan een geluidaandachtsgebied moeten worden opgenomen. Voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen die binnen deze geluidaandachtsgebieden worden geprojecteerd, is het systeem van het Bkl van toepassing. Het omgevingsplan moet erin voorzien dat ter hoogte van dit geluidgevoelig gebouw de geluidbelasting in beginsel niet hoger is dan de standaardwaarden, maar zeker niet de grenswaarde overschrijdt.

In het omgevingsplan moeten waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem worden opgenomen voor het bouwen van bodemgevoelige gebouwen.

Het omgevingsplan maakt activiteiten mogelijk waarmee een mogelijke geurbelasting van de omgeving samenhangt, zoals horecafuncties en activiteiten voor de voedselbereiding. Dit maakt dat er in het omgevingsplan regels opgenomen moeten worden waarmee een acceptabel geurhinderniveau wordt geborgd. Bij invulling van de hiervoor genoemde onderdelen wordt het omgevingsplan in overeenstemming met de instructieregels van het Bkl gebracht.

In het navolgende wordt ook op een deel van deze thema’s teruggekomen gelet op de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordennig.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Het Bbl bevat regels over de vergunningplicht voor het bouwen van bouwwerken, waarbij eisen worden gesteld aan de technische uitvoering daarvan. Daarnaast zijn in het Bbl rijksregels opgenomen die aan de technische aspecten van de bouwwerken worden gesteld. Het Bbl bevat geen vergunningplicht voor het realiseren van bouwwerken voor wat betreft de ruimtelijk-juridische inpassing van deze bouwwerken. Als hier een vergunningsplicht voor moet gelden, dan moet dit als Omgevingsplanactiviteit in de planregels worden aangewezen. Met het raadsbesluit van 21 april 2020 is ervoor gekozen voor (voorlopig) behoud van de vergunningplicht, verwezen wordt naar het hieronder opgenomen kopje ‘snelservice gemeente Amersfoort’.

Naast de vergunningsplicht voor de planologisch-juridische inpassing van nieuwe bouwwerken of aanbouw, verbouw, herbouw of uitbouw daarvan, kunnen in het omgevingsplan ook maatwerkregels worden opgenomen. Met deze maatwerkregels kan voor een deel van de thema’s waarvoor in het Bbl rijksregels zijn opgenomen, van deze rijksregels worden afgeweken. Het gaat hierbij om de regels voor het beperken van het energieverbruik van bouwwerken, de milieuprestatie van bouwwerken en de bruikbaarheid van bouwwerken.

In artikel 2.15f zijn de vergunningsvrije bouwactiviteiten benoemd, waaronder het plegen van gewoon onderhoud, het plaatsen van een dakkapel in het achterdakvlak, het plaatsen van een dakraam en dergelijke. Hiervoor is landelijk bepaald dat dit vergunningvrij is; in het omgevingsplan mag hier geen vergunningplicht voor opgenomen worden.

Voor het Bbl zijn samenvattend de in onderstaand tabel genoemde onderwerpen relevant.

image8

Bruidsschat


De Bruidsschat bevat een groot aantal rijksregels die betrekking hebben op lokale kleinschalige milieubelastende activiteiten. Denk aan horeca, detailhandel, agrarische activiteiten, tankstations e.d. Per 1 januari 2022 worden die regels onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De gemeente heeft een grote mate van vrijheid om die regels over te nemen, nader in te vullen, aan te passen of te schrappen. Om goed te kunnen werken met het tijdelijke omgevingsplan moet de gemeente de inhoud van de bruidsschat goed doornemen. Het tijdelijke omgevingsplan is dan een essentieel toetsingskader voor het verlenen van vergunningen.

Zoals eerder gemeld mag de gemeente de regels van de bruidsschat overnemen, aanpassen of schrappen. Om te bepalen hoe wij in Amersfoort met deze regels om willen gaan, analyseren we de hele bruidsschat en doen wij daar voorstellen voor. De aanpak is themagewijs: we zijn gestart met werkgroepen rondom thema’s als bodem, geur, geluid, afvalwater en erfgoed. De RUD en het Waterschap Vallei en Veluwe denken ook mee. We streven ernaar dat dit jaar af te ronden en in 2021 voor te leggen aan de gemeenteraad. Tijdens de overgangsperiode tot eind 2029 gelden enkele voorrangsregels die moeten voorkomen dat regels in het tijdelijke omgevingsplan onderling gaan conflicteren. Zo gaan de regels in bestemmingsplannen en beheerverordeningen in het tijdelijke omgevingsplan vóór de regels van de bruidsschat. Ook de regels in gemeentelijke verordeningen gaan vóór de regels van de Bruidsschat. In juridisch opzicht biedt dat duidelijkheid. Toch is het denkbaar dat er bij een concrete aanvraag voor een omgevingsvergunning nog nadere afwegingen mogelijk/nodig zijn, maar dat de tijd ontbreekt om daarin adequate keuzes te maken. Om die reden is bekend zijn met de inhoud van de regels van de Bruidsschat een zinvolle voorbereiding waarmee de gemeente onverwachte situaties voor kan zijn.

Beantwoording van de volgende twee vragen worden momenteel onderzocht:

  1. Welke knelpunten en risico’s doen zich voor in de fysieke leefomgeving van Amersfoort en bieden de regels van de Bruidsschat hiervoor de gewenste bescherming en voldoende bestuurlijke afwegingsruimte?
  2. Welke regels van de Bruidsschat corresponderen niet met het gemeentelijk beleid en kunnen beter worden vervangen door gemeentelijke regels, rekening houdend met de gevolgen voor de bestuurs-, administratieve en uitvoeringslasten?

Het doel van de inhoudelijke verkenning van de Bruidsschat is dus het beoordelen van de bruidsschatregels en het doen van voorstellen aan de Raad voor het schrappen of aanpassen van bruidsschatregels die niet relevant zijn of die niet overeenstemmen met het beleid en de regels van de gemeente. De regels die worden geschrapt, worden waar nodig vervangen door eigen regels onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de instructieregels van het Bkl, en de Omgevingsverordening Utrecht.

De uitkomsten van de beoordeling van de bruidsschatregels zullen worden meegenomen in voorliggende pilot voor het omgevingsplan Hoogland.

Snelservice gemeente Amersfoort

In het Bbl bestaat een categorie bouwwerken die altijd vergunningvrij zijn ongeacht of het bouwwerk in het omgevingsplan past of niet (artikel 2.15f Bbl). Deze categorie is grotendeels een voortzetting van de nu geldende vergunningvrije bouwwerken (artikel 2 Bijlage II Bor). Voor de overige bouwwerken moet straks in het omgevingsplan worden bepaald of nog een omgevingsvergunning nodig is of niet. We kunnen onder de Omgevingswet meer algemene regels gaan stellen, zodat de vergunningvrije (maar niet regelvrije) ruimte wordt vergroot.

Voor een aantal categorieën bouwwerken is nu nog landelijk geregeld dat deze vergunningvrij zijn, maar wel moeten passen in het bestemmingsplan (artikel 3 van Bijlage II Bor). Deze categorieën zijn opgenomen in bovengenoemde Bruidsschat.
Zodra het definitieve omgevingsplan wordt gemaakt, is het de bedoeling dat de regels uit de Bruidsschat worden overgenomen, aangepast of worden geschrapt. Dit houdt dus in dat de gemeente voor deze categorieën van bouwwerken zelf kan bepalen of hier nog een omgevingsvergunning voor nodig is of niet en welke regels hiervoor gelden.

Op 21 april 2020 heeft de gemeenteraad besloten om de huidige regels ten aanzien van vergunningvrij bouwen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet te verruimen. In plaats daarvan is besloten - om voor de meest aangevraagde omgevingsvergunningen voor eenvoudige bouwwerken en/of bouwactiviteiten waarvoor de gemeente onder de nieuwe Omgevingswet andere regels kan stellen – een snelservice in te richten. De snelservice houdt in dat binnen 10 werkdagen nadat een complete aanvraag om vergunning is ingediend, een besluit op de aanvraag wordt genomen.

Het gaat om de volgende bouwwerken:

image9

• Kapvergunning

• Dakkapel

• Gevelwijziging

• Dakopbouw

• Reclame

• Bijgebouw/berging/aanbouw

• Overige verbouw

• Erfafscheiding

• Zonnepanelen op het dak

In voorliggende pilot wordt de vergunningplicht voor bovengenoemde eenvoudige bouwwerken en/of bouwactiviteiten verwerkt.


Utrechtse provinciale verordening

Wat heeft de provincie Utrecht bepaald voor het gemeentelijk omgevingsplan en voor de onderwerpen daarin? Op 17 maart 2020 hebben Gedeputeerde Staten van Utrecht het Ontwerp Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. De provincie Utrecht wil zo snel mogelijk met deze verordening van start gaan, maar de Omgevingsverordening kan niet onder de huidige wetgeving vastgesteld worden. Die kan alleen onder de nieuwe wet inwerkingtreden. Om nu toch eerder uitvoering te geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, hebben GS besloten om een tussenstap te zetten. Deze bestaat uit het vaststellen van een Interim Omgevingsverordening (hierna geheten Interimverordening), die wel onder de huidige wetten vastgesteld kan worden. 

Interimverordening
In de Interimverordening worden de regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening “omgezet” naar regels gebaseerd op de huidige wetten. Alleen daar waar de huidige wetgeving dit vereist, wordt de regelgeving inhoudelijk aangepast en omgezet naar regels, die zo veel mogelijk gelijkwaardig zijn aan die in de ontwerpverordening. Waar dat niet mogelijk is, worden ze teruggezet naar de bestaande regels uit de huidige verordeningen. De Interimverordening zal dus inhoudelijk zo veel mogelijk hetzelfde regelen als de Ontwerp Omgevingsverordening. 

Terinzagelegging
De Ontwerp Interimverordening is begin september 2020 door GS vastgesteld en vervolgens samen met de Ontwerp Omgevingsvisie en het milieueffectrapport ter inzage gelegd. Dit gebeurt in de periode tussen 22 september en 2 november.

In de interim Omgevingsverordening zijn verschillende instructieregels opgenomen die zien op de volgende thema’s:

  1. Waterveiligheid;
  2. Grondwater- en oppervlaktewaterwinning in aangewezen gebieden;
  3. De bereikbaarheid van het plangebied;
  4. Instandhouding en uitbreiding van het Provinciaal OV-netwerk, bereikbaarheidsnetwerk en fietsnetwerk;
  5. Bouwwerken bij provinciale wegen;
  6. De aandachtsgebieden voor windenergie, zonne-energie en energie uit biomassa;
  7. Waardevolle houtopstanden;
  8. Borging kernkwaliteiten aandachtsgebieden Landschap;
  9. Agrarische bedrijven;
  10. Legalisatie stedelijke functies in landelijk gebied, bebouwingsenclaves en linten, recreatiewoningen en overige ruimtelijke thema’s in het buitengebied;
  11. Bedrijventerreinen en woningen in het buitengebied;
  12. Stedelijke functies in stedelijk gebied (bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel en ontwikkelingen);
  13. Recreatie.

Voor het deelomgevingsplan Hoogland zal invulling gegeven moeten worden aan de instructieregels genoemd onder 1, 3, 4, 5, 12 en 13.

Hoewel in de interim omgevingsverordening nog steeds geformuleerd als bestemmingsplan, kan er bij het opstellen van het omgevingsplan voor Hoogland van uit worden gegaan dat de instructieregels uit de omgevingsverordening ook voor omgevingsplannen zullen gelden.

Op grond van artikel 2.8 en 2.9 van de Omgevingsverordening, moeten in het omgevingsplan regels worden opgenomen om regionale waterkeringen en waterbergingsgebieden te bescheren en de goede werking daarvan te borgen. Binnen het plangebied liggen geen regionale waterkeringen of waterbergingsgebieden. Deze instructieregel is dus niet op het omgevingsplan van toepassing.

Op grond van artikel 4.2 van de omgevingsverordening dienen er planregels in het omgevingsplan opgenomen te worden die de goede werking van de buslijnen binnen Hoogland borgen.

Op grond van artikel 4.3 en 4.4 moet het omgevingsplan het provinciale bereikbaarheidsnetwerk fietsnetwerken in stand houden. Deze maken geen onderdeel uit van het plangebied Hoogland.

Op grond van artikel 4.6 dienen in het omgevingsplan regels opgenomen te worden voor de instandhouding en uitbreiding van de N119, binnen het daaromheen vastgestelde beperkingengebied.

Op grond van artikel 4.58 gelden er op grond van de omgevingsverordening aanvullende beperkingen voor woningbouwlocaties binnen het geluidinvloedsgebied van de N119. In het omgevingsplan zullen in dit gebied geen ontwikkelmogelijkheden worden opgenomen. Er moet nog worden nagegaan of er regels aan het plan moeten worden verbonden voor gevallen waarin binnen dit invloedsgebied bouwwerken op grond van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden toegestaan.

Op grond van de artikelen 5.3, 5.4, 5.5 en 5.6 van de omgevingsverordening moeten er aan het omgevingsplan regels worden gehecht om locaties voor duurzame energiewinning te waarborgen. Op dit moment is door vertraging van de regionale energie strategie, de locatie van deze energieprojecten nog niet bekend. Het omgevingsplan zal hier op termijn – indien nodig – op moeten worden aangepast.

Op grond van artikel 9.17 en 9.18 van de omgevingsverordening gelden er beperkingen voor het mogelijk maken van nieuwe kantoorruimten en detailhandel binnen het plangebied. Het omgevingsplan is met uitzondering van twee kleine gebiedsontwikkelingen conserverend. Deze instructieregel raakt het omgevingsplan Hoogland dus niet.

Zijn er delen in de lokale verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving?

De verordening fysieke leefomgeving Amersfoort is op 30 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld (zie link).
De volgende onderdelen uit de Algemene plaatselijke verordening zijn nu onderdeel van de floA en gaan naar het omgevingsplan: houtopstanden; standplaatsen, bruikbaarheid van de weg, geluidhinder en reclame.
Daarnaast zijn ook de volgende Amersfoortse verordeningen nu opgenomen in de floA en gaan naar het omgevingsplan: de Marktverordening, de Erfgoedverordening, de verordening gesloten bodemenergiesystemen en het onderdeel Bodem uit de Bouwverordening.

De inhoud van de regelingen blijft in de pilot Hoogland gelijk, alleen veranderen ze van verordening naar onderdeel van het omgevingsplan.

Samenvatting van stap 1

In deze paragraaf is inzichtelijk gemaakt met welke kaders er vanuit de gemeente, het rijk en de provincie in het omgevingsplan rekening moet worden gehouden. Deze kaders zijn:

  • de omgevingsvisie, vaststelling voorzien in 2021 (mochten er nieuwe doelstellingen zijn opgenomen voor het omgevingsplan Hoogland dan kunnen we die voor de vaststelling van het omgevingsplan door de raad in 2022 alsnog verwerkt worden)
  • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
  • Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl)
  • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
  • Bruidsschat
  • het raadsbesluit om de huidige regels ten aanzien van vergunningvrij bouwen niet te verruimen maar een snelservice in te richten
  • de Utrechtse provinciale (interim) verordening
  • de verordening fysieke leefomgeving Amersfoort (floA)


2.4 Wat is het doel van het omgevingsplan? (stap 2)

De tweede stap geeft weer hoe kan worden omgegaan met het stellen van doelen of onderwerpen

waarover het bestuur regels wil stellen.

Het omgevingsplan wordt vastgesteld met het oog op de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet. Het is niet nodig om deze doelen één-op-één over te nemen in het omgevingsplan. Wel zal duidelijk gemaakt moeten worden waarop het omgevingsplan is gericht. Dus welke doelen door de gemeente worden nagestreefd door het omgevingsplan, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet.

In artikel 2.1, derde lid, van de Omgevingswet is een facultatieve, niet-limitatieve en niet-definitieve uitwerking gegeven van de doelen waarop het omgevingsplan (net als andere instrumenten op basis van de Omgevingswet) is gericht. Deze uitwerking kan worden aangepast voor eigen gebruik in het omgevingsplan. Dat is overigens niet verplicht; als het omgevingsplan geen uitwerking geeft, gelden de maatschappelijke doelen van de wet.

Voorbeelden van maatschappelijke doelen zijn: het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid, het beschermen van het milieu, het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening, het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, het behoud van cultureel erfgoed, het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed, de natuurbescherming, het tegengaan van klimaatverandering, de kwaliteit van bouwwerken, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten, het beheer van infrastructuur, het beheer van watersystemen, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen, het beheer van natuurlijke hulpbronnen, het beheer van natuurgebieden, het gebruik van bouwwerken, het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen, etc. etc.

Voor Hoogland is het vooral zaak om te oefenen met deze mogelijkheden. Doelen die we in ieder geval nastreven binnen Hoogland zijn:

- Het beschermen van de gezondheid: lucht , geluid, trillingen, grondkwaliteit etc. Een voorbeeld hiervan is het beschermen van stille plekken. In het Geluidsplan ter beperking van omgevingslawaai, Actieplan geluid 2018-2023 is het volgende opgenomen over stilte:

“Naast het bestrijden van lawaai is ook het behouden van stilte belangrijk. Bij de uitwerking van nieuwbouwplannen houden we hiermee rekening door te streven naar een slimme stedenbouwkundige opzet waardoor geluidsluwe gebieden, buitenruimtes en geveldelen ontstaan. Daarnaast kiezen wij er ook voor om de bestaande (stille) parken en groene gebieden te beschermen tegen meer geluid.”

- Het behoud van cultureel erfgoed: in Hoogland zijn niet veel monumenten, maar de monumenten die aanwezig zijn, willen we goed beschermen. Omdat ook de huidige wetgeving rondom monumenten in de Omgevingswet wordt opgenomen, zullen we daar in deze pilot een passende regeling voor moeten opnemen.

- Het tegengaan van klimaatverandering: Dit is een breed thema, en er moeten keuzes gemaakt worden. Hoogland kent bijvoorbeeld een relatief hoge CO2-uitstoot door huishoudens. Dit komt waarschijnlijk door een relatief hoog energieverbruik voor verwarming van woningen die slecht geïsoleerd zijn. We willen huiseigenaren stimuleren om hun woning te isoleren en de overstap te maken naar aardgasvrij. Het isoleren van woningen aan de buitenkant kan impact hebben op het straatbeeld. Vraag: welke ruimte bieden we? Voor dit doel wordt ook aansluiting gezocht bij de andere pilot: omgevingsplan Energietransitie.

Een overkoepelend doel daarbij is: een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Binnen Hoogland zijn 2 locaties waar op dit moment ontwikkelingen zijn te verwachten.

Voor de locatie Engweg 9 (voormalige bibliotheek) heeft een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen, die woningbouw mogelijk maakt.

De vaststelling van dit bestemmingsplan is eind 2020 voorzien. Afhankelijk van het verdere verloop van dat bestemmingsplanproces (beroep), nemen we het Chw bestemmingsplan Engweg 9 over in de pilot omgevingsplan Hoogland, of schrappen we dit deel uit de pilot.

image10

Voor de tweede locatie is het nog onduidelijk of er ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Het betreft de ‘Formido-locatie’ aan de Hamseweg 2. Dit is een voor Hooglandse begrippen groot perceel, met een grote bebouwing. Op dit moment zijn bij ons geen plannen van de eigenaar bekend, maar de locatie wordt door bewoners genoemd als potentiële ontwikkellocatie.

image11

2.5 Hoe wil ik het regelen?

Deze stap heeft daarmee een meer wetgevingstechnisch karakter. Omdat de Omgevingswet veel nieuwe instrumenten en regeltechnieken kent (in vergelijking met het bestemmingsplan nu) is het zinvol en noodzakelijk hierbij stil te staan. Uitgangspunt is dat de beschikbaarheid van nieuwe instrumenten niet betekent dat deze ook per se worden toegepast. Toepassing van een instrument is aan de orde als dat ook een bijdrage levert aan het doel/de doelen voor de specifieke gemeente.

In dit onderdeel staan 12 stappen genoemd die van toepassing zijn bij het regelen van activiteiten in

het omgevingsplan. De stappen zijn per activiteit en per aspect doorlopen. Het gaat om de volgende

stappen:

1 Zijn de regels voor het grondgebied uniform?
2 Wordt de toelating van activiteiten (op een locatie) geregeld en zo ja, hoe?

3 Hoe worden de regels gegroepeerd?

4 Welk regeltype kies ik? Zie afbeelding.

image12

5 Wie is de normadressaat (is de persoon voor wie een norm geldt)?

6 Zijn er andere begrippen toegepast dan de begripsbepaling in de wet?

7 Is er nog een algemene afwijkingsregel nodig om toch in afwijking van de regels een

omgevingsvergunning te kunnen verlenen?

8 Zijn er beheer/onderhoudsverplichtingen/gedoogplichten?

9 Zijn er financiële bepalingen

10 Zijn er procedureregels zoals aanwijzingsbesluiten, adviezen van cie of andere

bestuursorganen, participatie?

11 Zijn er strafbepalingen of regels voor VTH aan de orde?

12 Is er overgangsrecht noodzakelijk?

2.6 Routekaart en stroomschema omgevingsplan Hoogland

Om structuur te brengen in de benodigde acties en werkzaamheden is een routekaart opgesteld die onderdeel uitmaakt van het spoorboekje dat wordt opgesteld voor het maken van een omgevingsplan. In bijlage 2 is de routekaart opgenomen.

Op basis van de routekaart is gestart met de werkzaamheden om te komen tot een omgevingsplan voor Hoogland. De routekaart bevat de acties, de momenten van participatie, te betrekken partijen, de planning en fasering van werkzaamheden en de leermomenten.

De werkzaamheden in de routekaart zijn opgeknipt in drie fasen. Onderdeel van fase 1 is de omgevingsplandag. Deze vond op 3 maart 2020 plaats. Tijdens deze dag hebben alle direct bij de opstelling van het omgevingsplan betrokken personen kennisgemaakt met het plangebied.

In fase 2 is deze nota van uitgangspunten opgesteld. In fase 2 is ook gewerkt aan de vormgeving van het proces om te komen tot een omgevingsplan. De te doorlopen stappen en te beantwoorden vragen die je in de verschillende fasen van de routekaart worden beschreven in het eerder genoemde spoorboekje.

Onderdeel van het te doorlopen proces om te komen tot de regels voor het omgevingsplan (naar het hoe in fase 3) is het doorlopen van een stroomschema. In het stroomschema wordt de gewenste bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving stap voor stap in verband gebracht met de relevant wettelijk kaders en beleidskaders. Zo wordt per activiteit in het pilotgebied gekeken welke regels aanvullend op het Bal en Bbl mogen worden opgenomen, welke regels in verband met de instructieregels uit de provinciale verordening en het Bkl moeten worden opgenomen, wordt bepaald welke regels uit de bruidsschat worden gewijzigd, gehouden en vervallen en wordt voor de regels in de verordening fysieke leefomgeving bepaald welke moeten, niet mogen en mogen worden opgenomen in het omgevingsplan.

Wat regel ik in het omgevingsplan en hoe regel ik dat?Afbeelding: het stroomschema voor de regelanalyse

image13

In fase 3 worden de regels van het omgevingsplan vormgegeven. Daarbij hoort de motivering van de in de regels te maken keuzen. Deze analyse wordt zo veel als mogelijk direct opgenomen in de applicatie voor het Digitale Stelsel Omgevingswet.

Ter voorbereiding op het opstellen van het omgevingsplan voor Hoogland, is een analyse gemaakt van alle onderdelen die daarin op grond van het hiervoor geschetste beleidskader moeten worden opgenomen. Deze worden in het omgevingsplan in planregels uitgewerkt. Het omgevingsplan voor Hoogland is in belangrijke mate conserverend. Er worden weinig ontwikkelingen binnen het plangebied voorzien. Met het omgevingsplan worden daarom met name de bestaande activiteiten toegelaten en wordt bij het opstellen van de regels hoofdzakelijk uitgegaan van het daarmee vastleggen van de bestaande gebruiksruimten.

Het omgevingsplan biedt naast de hier beschreven verplichting om invulling te geven aan de beleidsuitwerking, ook ruimte om aanvullende ambities te verwezenlijken, de beschreven doelen in paragraaf 2.4.

3. DIGITALE OPZET

Naast het delegeren van de rijksregels over de fysieke leefomgeving naar decentrale regels in het omgevingsplan en het verbreden van de reikwijdte van dit omgevingsplan, wordt onder de Omgevingswet ook de digitalisering van de regelgeving verder doorgevoerd. Één van de consequenties van deze digitalisering is dat de plankaart als wettelijk verplichte onderdeel van het bestemmingsplan komt te vervallen. Een omgevingsplan bestaat uit juridische regels met een werkingsgebied die digitaal raadpleegbaar zijn via DSO-LV.

Een omgevingsplan zonder geografische werking is geen omgevingsplan. Elke regel heeft betrekking op een activiteit (bouwen of gebruik) én een werkingsgebied (een deel van het plangebied waarop de regel betrekking heeft). Het digitale stelsel dat het omgevingsplan zal gaan ontsluiten, verwerkt deze planregels naar een geografische weergaven. Een planregel uit het omgevingsplan ziet er dan dus als volgt uit:

image14

Naast de in het voorgaande voorbeeld gebruikte vormen van gebruik, zullen binnen de verbrede reikwijdte van het omgevingsplan ook andere activiteiten en omgevingsaspecten worden geregeld indien dit noodzakelijk is voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat, voor zover relevant, geluidaandachtsgebieden (zones) en risicoaandachtgebieden (invloedsgebieden externe veiligheid) in de planregels moeten worden opgenomen. De gemeente Amersfoort heeft veel van deze geografische gegevens al in digitale vorm beschikbaar. Samen met de medewerkers die deze geografische digitale data beheren, is een analyse gemaakt van gis-data die in het omgevingsplan kan worden opgenomen. De gemeente Amersfoort beschikt over digitale data van de ligging van scholen, kinderopvanglocaties, een bedrijvenregister en geluidkaarten. Deze data zal worden gebruikt bij het aanwijzen van werkingsgebieden in het omgevingsplan.

Andere opties en die digitaal worden ondersteund
Naast bovengenoemd Casco, de staalkaart Bestaande Woonwijk en de drie ontwerpvragen voor het omgevingsplan maken we ook gebruik van de mogelijkheden die de software ons biedt.
Het toekennen van functies is, daarbij mogelijk maar ook het beschrijven van activiteiten of een thematische aanpak. In de pilot gaan we ondervinden wat een goede aanpak zou zijn voor voorliggend plangebied.

Digitaal publiceren Omgevingsplan.
Bij het opstellen van het omgevingsplan gebruiken we een nieuwe standaard, de Standaard officiële publicaties met toepassingsprofielen (STOP/TPOD). We publiceren het omgevingsplan via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB), het nieuwe landelijke publicatieplatform. De regels in het omgevingsplan komen dan automatisch in het Omgevingsloket, zodat iedereen op een kaart kan zien welke regels waar gelden.

Toepasbare regels
Eén van de onderdelen van het nieuwe Omgevingsloket is de vergunningcheck. Met de vergunningcheck kunnen burgers en bedrijven controleren of ze hun plannen in de leefomgeving mogen uitvoeren of dat ze daarvoor toestemming (een vergunning) nodig hebben. Dit gebeurt via vragenbomen die gebaseerd zijn op de juridische regels uit het omgevingsplan en die bestaan uit eenvoudige en toegankelijke vragen en antwoorden. Om deze vragenbomen werkend te krijgen in het Omgevingsloket moeten zogenaamde ‘toepasbare regels’ worden opgesteld. Voor een aantal activiteiten worden het komende jaar toepasbare regels opgesteld. Om deze toepasbare regels in het Omgevingsloket werkend te krijgen nemen we in het omgevingsplan Hoogland zogenaamde ‘annotaties’ op. Hieraan kunnen de toepasbare regels worden gekoppeld en ontstaat in het Omgevingsloket de mogelijkheid voor iedereen om via het invullen van een aantal vragen een antwoord te krijgen op de vraag of voor het betreffende plan, bijvoorbeeld het kappen van een boom, een vergunning nodig is.

4. PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE

In aanloop naar de Omgevingswet willen we graag ervaring opdoen met het maken van een omgevingsplan. Hoogland is gekozen omdat het bestemmingsplan voor dit gebied toe is aan actualisatie, het gaat om een bestaand woongebied dat geen grote nieuwe ontwikkelingen kent.
Anders dan bij bestemmingsplannen verplicht de Omgevingswet gemeenten om over een omgevingsplan participatie te organiseren en in een kennisgeving (officiële publicatie) aan te geven hoe die participatie eruit komt te zien. Als doelgroepen voor de participatie spreekt de wet over inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden.

Op woensdag 24 juni is er kennisgeving gedaan in de Stadberichten van het voornemen om een omgevingsplan op te stellen voor Hoogland, waarbij ook een participatietraject zal worden opgestart.

Voorts is in de week van 6 juli 2020 de website voor het meedenken over de pilot omgevingsplan Hoogland online gegaan. Ook hebben we een brief naar alle inwoners van Hoogland verzonden. In de brief naar de inwoners staat een de link naar de website www.amersfoort.nl/omgevingsplanhoogland en naar  https://www.metamersfoort.nl/projecten/omgevingsplan+hoogland/default.aspx.

Op de website staat informatie over de pilot en de huidige regels.

Omdat het omgevingsplan de regels voor ontwikkelingen en activiteiten in een gebied weergeeft, richten we ons in de participatie specifiek op de regels. Op metamersfoort.nl konden mensen meedenken aan de hand van 3 vragen:
Welke regels vindt u overbodig?
Welke regels mist u?
Welke regels kunnen worden versoepeld?

Reageren kon tot 1 september 2020. De echte inhoudelijke reacties zullen meegenomen worden in het concept ontwerpbestemmingsplan Hoogland. Hieronder is een samenvatting opgenomen van de reacties en in de bijlage 1 zijn alle reacties opgesomd.

Samenvatting reacties

Verkeer en parkeren
Veel reacties over verkeer met name over de drukke Zevenhuizenstraat (plaats verkeersdrempels) en men pleit voor 30 km in heel Hoogland. Ook meldingen van geluidsoverlast door verkeer. Aandacht voor fietsveiligheid.

In art. 28:3 van de regels bij het bestemmingsplan Hoogland wordt verwezen naar de parkeernormen uit de 'Nota Parkeernormen Amersfoort 2009'. De regels daaruit worden wel toegepast op nieuwe bouwplannen, maar sluiten niet aan bij het aantal voertuigen bij bestaande bewoonde gebieden. Met name rondom de Ambachtlaan en aangrenzende straten is het aantal beschikbare parkeerplaatsen en het aantal te parkeren voertuigen van bewoners niet in balans. Meerdere ideeën over het openbaar vervoer.

Milieu
Qua milieu een vraag over hoeveel fijnstof er in de lucht zit en hoe verkeerslawaai / geluidsoverlast zich verhoudt tot de normen. Ook meldingen van geluidsoverlast door verkeer.

Leefbaarheid
Een broedplaats / startersplek creëren. Maak een "nieuwe stad" in hoogland. bijvoorbeeld in de oude Formido. Een "marktplaats" zoals bijvoorbeeld de Markthallen in Amsterdam Kinkerstraat. Dit zal echt impact hebben op Hoogland, weer tot een vernieuwing leiden!

Speelplek op de hoek van de Graveurstraat. Dit was een speeltuin maar nu staat hij al een poos leeg.

Een nieuwe fontein in de vijver in de wijk De Bik. Aanleggen voedselbos.

Duurzaamheid + Groen
Verduurzamen laagdrempeliger en projecten duurzaam insteken. Meer groen in Hoogland zelf. Aanpassen art. 2:8 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Amersfoort er wordt daarin voor bomen dezelfde afstand tot de erfgrens gehanteerd als in art. 5:42 BW, dus twee meter. Nu in de verordening een afstand van slechts 50 cm wordt aangehouden, zorgt bijna iedere boom op die afstand al snel voor overhangende takken en onderschietende wortels. Aanhouden van een afstand van twee meter leidt tot minder gedoe tussen buren.

Bouwen + Wonen
In Hoogland-west ruimte maken voor Tiny houses om mensen off grid te laten wonen. Betaalbare woonruimte voor jongeren. Versoepeling in hoogte van bouwen. Gezien de grote vraag naar woningbouw, voornamelijk starters woningen kijken naar een mooie oplossing voor hoogbouw gewenst.

Geen torenhoge flats, maar een extra woonlaag om meer woonruimte te creëren. De jeugd gaat ongewenst uit Hoogland weg, omdat er niets beschikbaar is. Eerder uitbreiding van vergunning vrij (ver-)bouwen dan beperking daarvan. Geen gedetailleerde welstandsregels. Mogelijkheden voor de bouw van mantelzorgwoningen. Doorlooptijden van vergunningaanvragen beter en sneller.

Vervolg

Betrokkenen worden geïnformeerd over de Nota van Uitgangspunten en de Nota van Uitgangspunten zal worden geplaatst op de gemeentelijke website. Het concept ontwerpomgevingsplan Hoogland zal dan worden gepresenteerd aan een ieder via een (online) bijeenkomst (o.a. toelichten veranderingen ten opzichte van huidige regels en hoe input is verwerk). Ook in het concept ontwerpomgevingsplan zal worden aangegeven hoe de reacties zijn verwerkt (hiermee wordt invulling gegeven aan de motiveringsplicht uit Omgevingswet). Het concept ontwerpomgevingsplan zal – volgens de huidige planning - in het voorjaar 2022 aan de raad worden voorgelegd en het ontwerp omgevingsplan Hoogland wordt - na vaststelling door de raad - ter inzage gelegd.

Daarna volgt de formele procedure, met mogelijkheden om zienswijzen in te dienen en eventueel in te spreken in de gemeenteraad of beroep in te dienen. Zie ook paragraaf 6.

5. LEERPUNTEN BORGEN

Doel van de leerdoelen is om tussentijds te reflecteren (projectteam) en waar nodig ook over af te stemmen met programmateam, stuurgroep, staf en raad. Bestuurlijk gaat het daarbij vooral om dilemma’s en te maken (bestuurlijke) keuzes.

De volgende leerdoelen zijn gesteld:

1. Het in de praktijk leren werken met nieuwe juridische instrumenten en systematiek (o.a. VNG casco, staalkaarten en ontwerpvragen);

2. Het opleveren van een proces (stappenplan) hoe te komen tot een Omgevingsplan. Processtappen, wie erbij betrekken op welk moment, etc. Zodat we maar 1x het wiel hoeven uit te vinden.

3. Ondanks het feit dat er sprake is van een bestaand gebied en ondanks dat bepaalde keuzes zijn gemaakt zoals bij de snelserviceformule is het interessant om na te gaan op welke wijze met de in de Omgevingswet,  AMvB ’s en regelingen de gewenste flexibiliteit in het omgevingsplan kan worden opgenomen.  

4. Het leren inbrengen van deze nieuwe werkwijze in de plansoftware en daarbij koppelen met het DSO;

Het programmabrede leerdoel ‘balanceren tussen reguleren en loslaten’ is voor de pilot Hoogland minder relevant vanwege het overwegend conserverende karakter. Daarnaast is bij de besluitvorming rondom de snelserviceformule voor de lijn gekozen om de meest voorkomende (bouw) activiteiten niet te dereguleren of vergunningvrij te maken.

Overzicht leerdoelen opgehaald op de Omgevingsplandag in maart 2020

  • Zorg dat je de wet kent zodat je weet hoe je met de regels kunt spelen.
  • Zijn wij in staat om de regels in ‘normale mensentaal’ te vertalen?
  • Minder regels, kunnen we dat, durven we dat?
  • Kunnen wij integraal samenwerken?
  • Hoe gaan we onze oude ingesleten gewoonten afleren?
  • Hoe houden we de winkel open in deze veranderopgave?
  • Hoe borgen we bij het loslaten de kwaliteit?
  • Hoe richten we ons meer op doelen (in plaats van vastleggen, want dan zijn we veilig)?
  • Hoe kunnen de regels zodanig flexibel zijn met een zorgvuldige afweging dat we gewenste initiatieven kunnen toestaan?
  • Hoe winnen we het vertrouwen?
  • Hoe krijgen we het vertrouwen in initiatiefnemers/burgers?
  • Hoe wordt handen en voeten gegeven aan het meerjarenplan?
  • Niet alles hoeft via regels (in OP) te worden opgenomen, hoe gaan we daarmee om?
  • Hoe doe je dat technisch met het annoteren?
  • Hoe schrijven we een heldere regel?
  • Durven we anders te doen?
  • Hoe gaan we de integraliteit laten landen?
  • Hoe maken we heldere regels ook voor de achterkant/handhavers?
  • Wat ligt er nu en waar willen we naartoe?
  • Hoe zorgen we dat de functies worden gerealiseerd?


6. PROCEDURE EN PLANNING

Voorliggende Nota van Uitgangspunten zal worden voorgelegd aan het Programmateam, de Stuurgroep, de Staf Omgevingswet, het college van B&W en de gemeenteraad (najaar 2020). Betrokkenen worden hierover geïnformeerd en de Nota van Uitgangspunten zal worden geplaatst op de gemeentelijke website en op het platvorm Met Amersfoort. De Nota van Uitgangspunten is het vertrekpunt voor het conceptontwerp omgevingsplan welke in Q 4 2020 en Q1 en Q2 2021 wordt opgesteld.
Het concept ontwerpomgevingsplan Hoogland zal worden gepresenteerd aan een ieder via een (online) bijeenkomst (o.a. de veranderingen ten opzichte van huidige regels en hoe input is verwerkt). Ook in het concept ontwerpomgevingsplan Hoogland zelf zal worden aangegeven hoe de reacties zijn verwerkt (hiermee wordt invulling gegeven aan de motiveringsplicht uit Omgevingswet).
Het concept ontwerpomgevingsplan zal vervolgens – volgens de huidige planning – in Q2 van 2021 aan de raad worden voorgelegd voor de ter inzage legging.

Daarna volgt de formele procedure (vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022):

- De gemeente (college) legt het ontwerp omgevingsplan 6 weken ter inzage. Iedereen kan een zienswijze indienen. 

- De eventuele zienswijzen worden in een zienswijzennota samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijzennota wordt samen met het omgevingsplan ter besluitvorming voorgelegd aan uw raad. Uw raad besluit over de vaststelling van het omgevingsplan, waarbij de zienswijzen worden meegewogen.

-Het omgevingsplan treedt in werking vier weken na bekendmaking tenzij in het omgevingsplan een andere datum is bepaald (artikel 16.78 Ow); bekendmaking vindt plaats twee weken na vaststelling (tenzij zie artikel 16.77b Ow).

  • Hierna kunnen belanghebbenden binnen 6 weken in beroep gaan tegen het vastgestelde omgevingsplan.
  • Als er geen beroep is ingediend, of als de Raad van State uitspraak heeft gedaan over het beroep, is het omgevingsplan onherroepelijk.

En tot slot een evaluatie:

Evalueren participatie en leren m.b.t. ingezette vormen, kennisgevingsplicht en motiveringsplicht; bij voorkeur met belanghebbenden.

Openingstijden Burgerzaken

De afdeling Burgerzaken werkt alleen op afspraak.
Ook afhalen van paspoort, ID-kaart of rijbewijs kan alleen nog op afspraak.

Belangrijk! Wij houden ons aan de regels van het RIVM. Als u verkoudheidsklachten met koorts heeft en/of benauwdheid, moet iedereen in het huishouden thuisblijven. Maak dan een nieuwe afspraak.

Bekijk de overige sluitingsdata.

Bezoekadres

Stadhuisplein 1 3811 LM Amersfoort