De raad besluit over ruimtelijke projecten

Voortaan zullen alle vergunningaanvragen voor ruimtelijke projecten, die afwijken van het bestemmingsplan en door burgemeester en wethouders niet met gebruikmaking van de ‘kruimelregeling’ (Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht) kunnen worden vergund, aan de raad worden voorgelegd voor het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen.

Onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het college bevoegd tot het verlenen van omgevingsvergunningen, waarbij wordt afgeweken van bestemmingsplannen. Bij ‘grotere’ afwijkingen van het bestemmingsplan moet de raad voordat door het college een omgevingsvergunning kan worden verleend, een verklaring van geen bedenkingen afgeven. De raad kan echter categorieën van gevallen aanwijzen, waarin zo’n verklaring niet nodig is. In zijn besluit van 15 juli 2014 heeft de raad dat gedaan.

Op 26 maart 2019 heeft de raad besloten om het besluit van 15 juli 2014 in te trekken. De besluitvorming over de vergunningverlening voor ruimtelijke projecten, die niet op grond van de ‘kruimelregeling’ kunnen worden vergund, komt daarmee weer in handen van de raad te liggen. Dit voorstel doet recht aan de rol van de raad, zorgt voor bestuurlijk draagvlak bij de vergunningprocedures voor de grote ruimtelijke projecten en speelt in op de actuele ontwikkelingen in de wet en de jurisprudentie. 

Het besluit van de raad van 26 maart 2019 kunt u via onderstaande link inzien.

Raadsbesluit over ruimtelijke projecten