Stappenplan voor complexe projecten

Voor complexe ruimtelijke ontwikkelingen is een stappenplan uitgewerkt.

Toelichting stappen

Wat zijn complexe ruimtelijke ontwikkelingen

Met complexe ruimtelijke ontwikkelingen bedoelen we hier alle plannen die niet in het geldende bestemmingsplan/omgevingsplan passen en die complex zijn vanwege bijvoorbeeld de omvang, de impact op de omgeving, verwachte belangentegenstellingen, context/ligging en complexiteit van procedures. Het kan zowel om plannen van particuliere initiatiefnemers als van de gemeente gaan. Een voorbeeld van een complexe ontwikkeling is een plan voor een appartementencomplex op een plek in een woonwijk waar eerst een zwembad stond.

Verantwoordelijkheden in participatie

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie rond het plan. De gemeente kan zelf ook initiatiefnemer zijn. De gemeente is verantwoordelijk voor het nemen van zorgvuldige besluiten. Daarom stuurt de gemeente aan op het in beeld krijgen van alle belangen en het zorgvuldig afwegen daarvan.

Ruimte voor maatwerk

Het stappenplan laat zien welke stappen gezet moeten worden om tot een besluit over een complexe ruimtelijke ontwikkeling te komen. Het laat ook zien welke tussenproducten moeten worden vastgesteld. Soms kunnen stappen worden samengenomen. In dat geval motiveert het college van burgemeester en wethouders waarom zij afwijken van het standaard proces.

Stap 0: Start

Er komt een gemeentelijke locatie beschikbaar of een particuliere grondeigenaar heeft een idee om op zijn locatie iets te ontwikkelen.

Inschatting wat kan, past en gewenst is of kans van slagen initiatief

Als het om een gemeentelijke locatie gaat, is de eerste stap dat de gemeente een inschatting maakt van wat hier kan, past en gewenst is. Als het om een particulier initiatief gaat, maakt de gemeente een eerste inschatting van de kans van slagen van het particuliere initiatief: is het denkbaar dat dit initiatief tot uitvoering komt?

De inschatting of een idee of initiatief kansrijk is, wordt gemaakt op basis van bestaand beleid en een eerste stedenbouwkundige afweging. Ook de financiële haalbaarheid is van belang voor het kunnen inschatten van de kans van slagen.

Inschatting complexiteit van de ontwikkeling

Daarnaast weegt de gemeente af of het om een complexe ruimtelijke ontwikkeling gaat. Die afweging wordt gemaakt op basis van de mate van:

  • Omvang: gaat het bijvoorbeeld om enkele woningen of meer dan honderd, of om een ziekenhuis of grote fabriek?
  • Buurtoverstijgend belang: hebben alleen de initiatiefnemer en de directe omgeving belang bij de ontwikkeling of heeft deze invloed op een groter gebied en meer mensen?
  • Verwachte belangentegenstellingen: is de verwachting dat er verschillende belangen zijn die niet met elkaar in overeenstemming zijn?
  • Impact op de omgeving: wat is het effect van de ontwikkeling op de directe omgeving?
  • Complexiteit procedure en benodigde onderzoeken: welke stappen moeten allemaal doorlopen worden om deze ontwikkeling mogelijk te maken?
  • Context en ligging: in welke omgeving speelt dit plan? Is dat bijvoorbeeld beschermd stadsgezicht of een heel groene omgeving? Wat is het huidige gebruik van de plek?

Gemeentelijke projectgroep

Voor de complexe ontwikkelingen formeert de gemeente een projectgroep. Als het om een particulier initiatief gaat, start een gemeentelijke projectgroep alleen in overleg met en voor kosten van de initiatiefnemer. Gemeente en initiatiefnemer trekken vervolgens samen op in het proces.

Eindproduct: collegebesluit over start proces complexe ruimtelijke ontwikkeling

Het college neemt een besluit over de start van het proces voor complexe ruimtelijke ontwikkelingen voor een specifieke locatie.

Het college informeert vervolgens de gemeenteraad over de start van de verkenningsfase.

Stap 1: Verkenning
  1. Initiatiefnemer en gemeente (projectgroep) voeren gesprek(ken) met belanghebbenden (starten voor de start). Dat kan gaan over een concreet initiatief (insteek: “Er is een initiatief, waar moeten we wat u betreft rekening mee houden? Welke kansen ziet u, welke aandachtspunten en zorgen heeft u?”) of over een beschikbare locatie waar ruimte is voor een gezamenlijke verkenning van de behoefte en mogelijkheden.

  2. De gemeente (projectgroep) toets de verkenning van de particuliere initiatiefnemer of werkt de eerste verkenning van wat er kan, past, gewenst en financieel haalbaar is op deze locatie verder uit en zet het geldende beleid op een rij.

  3. Gemeente (projectgroep) stelt (in overleg met particuliere initiatiefnemer) concept kaders op over inhoud en proces:
    a. inhoud: afhankelijk van de ruimte en mogelijkheden zijn de kaders concreet qua functie en omvang of meer abstract, in de vorm van doelen of richting. Daarnaast gaat het om randvoorwaarden uit beleid en aandachtspunten. Tot slot wordt aangegeven wat de inhoud wordt van het in de volgende fase op te stellen uitwerkingsvoorstel.
    b. proces: welke stappen volgen nog, welke belangen en belanghebbenden zijn in beeld, hoe en wanneer gaan initiatiefnemer en gemeente met hen in gesprek en wie besluit over het uitwerkingsvoorstel.

  4. Gemeente (projectgroep) raadpleegt vervolgens belanghebbenden over concept kaders (online of andere vorm) en informeert hen over de vervolgstappen en de mogelijkheid om in te spreken in de gemeenteraad.

  5. Gemeente (projectgroep) legt de (aangepaste) kaders voor aan het College. Als het college akkoord gaat, legt het college de kaders voor aan de gemeenteraad.

  6. In een Ronde bespreekt de gemeenteraad het voorstel en is inspreken mogelijk. De gemeenteraad bepaalt aan het eind van de bespreking of het voorstel door kan naar het Besluit, een paar weken later. Bij het Besluit wordt gestemd over het voorstel en eventuele aanpassingsvoorstellen die raadsleden indienen. Als de gemeenteraad akkoord gaat, zijn de kaders vastgesteld.

    Eindproduct: vastgestelde kaders

    Gebiedsontwikkelingen

    Voor gebiedsontwikkelingen zoals De Hoef-West of de Kop van Isselt, worden Ontwikkelkaders gemaakt. Daarin staan de kaders voor het gebied als geheel. Als een ruimtelijke ontwikkeling onderdeel is van een gebiedsontwikkeling, staan alle benodigde kaders in het Ontwikkelkader voor het gebied (vb De Hoef). Daar heeft ook participatie en besluitvorming over plaatsgevonden. Het proces voor de afzonderlijke projecten binnen de betreffende gebiedsontwikkelingen begint dan bij het uitwerkingsvoorstel en de daarbij behorende participatie. Als er voor het gebied al een bestemmingsplan/omgevingsplan is opgesteld, vervalt stap 3.

    Stap 2: Uitwerken kaders in Uitwerkingsvoorstel
    1. De initiatiefnemer werkt in afstemming met de gemeente de kaders uit in een uitwerkingsvoorstel. Hierin zijn de kaders uitgewerkt in tekeningen in de vorm van een stedenbouwkundig plan, functionele invulling, milieuaspecten, duurzaamheid, aandachtspunten voor het bestemmingsplan/omgevingsplan en eventuele andere bij de kaders aangegeven aspecten.

    2. Initiatiefnemer en gemeente (projectgroep) voeren de participatie uit zoals is aangegeven in de kaders.

    3. Gemeente (projectgroep) informeert belanghebbenden over de vervolgstappen en de mogelijkheid om in te spreken in de gemeenteraad.

    4. Gemeente (projectgroep) legt het (aangepaste) uitwerkingsvoorstel voor aan het college.

    5. Het college besluit over het uitwerkingsvoorstel, stelt het vast en informeert de gemeenteraad met een raadsinformatiebrief. Dit is aan het college tenzij in de kaders is aangegeven dat de gemeenteraad over het uitwerkingsvoorstel besluit of als het uitwerkingsvoorstel afwijkt van de gestelde kaders.

    6. In dat geval legt het college het uitwerkingsvoorstel voor aan de gemeenteraad en bespreekt de gemeenteraad het voorstel in een Ronde en is inspreken mogelijk. De gemeenteraad bepaalt aan het eind van de bespreking of het voorstel door kan naar het Besluit, een paar weken later. Bij het Besluit wordt gestemd over het voorstel en eventuele aanpassingsvoorstellen die raadsleden indienen. Als de gemeenteraad akkoord gaat, is het uitwerkingsvoorstel vastgesteld.

    Eindproduct: vastgesteld uitwerkingsvoorstel

    Stap 3: Uitwerking in ontwerpen aanpassen Omgevingsplan

    In deze stap lopen twee sporen samen op: het verder uitwerken van het ontwerp en het aanpassen van het Omgevingsplan.

    1. De initiatiefnemer werkt op basis van het uitwerkingsvoorstel het ontwerp verder uit.

    2. De gemeente (projectgroep) stelt op basis van het uitwerkingsvoorstel een concept ontwerp omgevingsplan op.

    3. Gemeente (projectgroep) en initiatiefnemer voeren de participatie uit zoals is aangegeven in de kaders en de gemeente stelt een ontwerp omgevingsplan op.

    4. De gemeente (college) legt het ontwerp omgevingsplan 6 weken ter inzage. Voorafgaand aan de terinzagelegging wordt de raad op de hoogte gebracht via een raadsinformatiebrief. Raadsleden hebben 2 weken de tijd om te bepalen of zij het ontwerpbestemmingsplan nog in de Ronde willen bespreken. Iedereen kan een zienswijze indienen.

    5. Gemeente (projectgroep) stelt een zienswijzennota op waarin staat hoe de gemeente met de zienswijzen om wil gaan en of deze tot aanpassingen aan het plan leiden. De gemeente (projectgroep) legt het (aangepaste) omgevingsplan samen met deze nota voor aan het college. Als het college akkoord gaat, legt het college het omgevingsplan en de zienswijzennota voor aan de gemeenteraad.

    6. De gemeenteraad besluit of het omgevingsplan eerst in een Ronde wordt besproken of direct in het Besluit. Als het plan in een Ronde wordt besproken, is inspreken mogelijk. De gemeenteraad bepaalt in dat geval aan het eind van de bespreking of het bestemmingsplan door kan naar het Besluit, een paar weken later. Bij het Besluit wordt gestemd over de vaststelling van het omgevingsplan en eventuele aanpassingsvoorstellen die raadsleden indienen. Als de gemeenteraad akkoord gaat, is het bestemmingsplan vastgesteld.

    NB Bovenstaande stappen zijn opgesteld op basis van de huidige werkwijze rond bestemmingsplannen. De Omgevingswet gaat uit van het delegeren van meer bevoegdheden aan het college. Of dat in Amersfoort leidt tot het aanpassen van bovenstaande stappen is nog niet bekend.

    Product: vastgesteld omgevingsplan

    1. Hierna kunnen belanghebbenden binnen zes weken in beroep gaan tegen het vastgestelde omgevingsplan.

    2. Als er geen beroep is ingediend, of als de Raad van State uitspraak heeft gedaan over het beroep, is het omgevingsplan onherroepelijk.

    Eindproduct: onherroepelijk omgevingsplan

    Er wordt in deze stap geen besluit genomen over het ontwerp. De initiatiefnemer werkt het ontwerp van de gebouwen of het gebouw uit tot een vergunningaanvraag en dient die in.