Rekenkamer

De rekenkamer is een onafhankelijk orgaan dat de taak heeft het door de gemeente gevoerde bestuur te toetsen. De rekenkamer voert onderzoeken uit en doet naar aanleiding daarvan aanbevelingen aan de gemeenteraad. De gemeenteraad besluit over deze aanbevelingen.

Dit doet de rekenkamer

Het doel van rekenkameronderzoeken is inzicht te bieden in de prestaties van de gemeente en waar nodig het formuleren van aanbevelingen voor de toekomst. De rekenkamer onderzoekt:

  • rechtmatigheid: heeft de gemeente zich aan de regels en wetten gehouden?
  • doelmatigheid: heeft de gemeente het beschikbare geld goed besteed?
  • doeltreffendheid: heeft de gemeente met haar beleid bereikt wat zij wil?

De rekenkamer wil met haar onderzoeken een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het bestuur van de stad Amersfoort. Daarnaast wil de rekenkamer met de resultaten van haar onderzoeken een bijdrage leveren aan de versterking van de controlerende en kaderstellende rol van de gemeenteraad.

Zo werkt de rekenkamer

De rekenkamer werkt onafhankelijk. Dit betekent dat de rekenkamer zelf bepaalt welke onderwerpen worden onderzocht en hoe het onderzoek wordt ingericht. De rekenkamer kent een Verordening en een Reglement van orde:

Voor de leden geldt een gedragscode:

    Bij de uitvoering van een onderzoek hanteert de rekenkamer de richtlijnen zoals beschreven in het onderzoeksprotocol:

    De rekenkamer verwerkt soms persoonsgegevens en soms bijzondere persoonsgegevens. Voorafgaand aan elk onderzoek weegt de rekenkamer zorgvuldig af welke gegevens nodig zijn voor het onderzoek. De rekenkamer gaat op een zorgvuldige en veilige manier met persoonsgegevens om, in overeenstemming met de AVG. Deze werkwijze staat beschreven in de privacyverklaring:

    Samenstelling van de rekenkamer

    De rekenkamer is in Amersfoort opgezet naar het gemengde commissiemodel (zowel externe leden als raadsleden). De rekenkamer bestaat uit drie externe leden waaronder de voorzitter, twee interne leden vanuit de gemeenteraad en wordt ondersteund door een secretaris, mevrouw drs. M. (Martine) van Engen. Allen zijn benoemd door de gemeenteraad. De samenstelling van de rekenkamer is als volgt:

    • mevrouw drs. H.G.M. (Henny) Overbeek (extern lid en voorzitter)
    • mevrouw S.E.M. (Sophie) Bruins MA MSc (extern lid)
    • de heer mr. W.J. (William) Maassen (extern lid)
    • mevrouw A.J. (Hanske) Mulder-Van Maanen MSc (intern lid)
    • de heer J.A.D. (Hans-Dieter) de Smit MA MSc (intern lid)

    Lopende onderzoeken

    Jeugdbescherming

    Publicaties

    Jaarlijks stelt de rekenkamer een plan op voor het komende jaar en blikt zij terug op het afgelopen jaar. Dit is het meest recente jaarplan en jaarverslag:

    De rekenkamer van Amersfoort heeft onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het woonbeleid. De rekenkamer heeft met het onderzoek in kaart gebracht hoe het woonbeleid wordt uitgevoerd, wat de effecten daarvan zijn en in welke mate de raad kan bijsturen. Uit het onderzoek blijkt dat het woonbeleid van de gemeente Amersfoort effectief is wanneer het gaat om het bouwen van voldoende woningen. Er zijn wel winstwaarschuwingen voor de toekomst. De woningbouwproductie kan in de toekomst onder druk komen te staan onder meer als gevolg van de eisen die aan bouwplannen gesteld worden. Voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen, waaronder ook kwetsbare ouderen, zijn de maatregelen in het woonbeleid te beperkt en onrealistisch.

    Het onderzoek is op 22 februari 2022 aangeboden aan de raad.

    Op welke aspecten kan (het beleid voor) het parkeren en stallen in de openbaar toegankelijke parkeergarages en openbare bewaakte fietsenstallingen worden verbeterd en in hoeverre zijn de parkeergarages en fietsenstallingen toegerust voor een autoluwe binnenstad? Dit zijn de hoofdvragen die de rekenkamer heeft onderzocht. Voor dit onderzoek zijn dertien parkeergarages en drie fietsenstallingen onderworpen aan een schouw. Ook is gekeken naar de ervaringen van inwoners en abonnementhouders en zijn er interviews gehouden.

    Het onderzoek is op 23 december 2021 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de bescherming van persoonsgegevens. De rekenkamer heeft met het onderzoek in kaart gebracht hoe de gemeente de persoonsgegevens van haar inwoners beschermt; en met name hoe derden, aan wie de gemeente de uitvoering van beleid heeft uitbesteed, dat doen. Daarnaast is gekeken of de in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) vastgelegde regels en procedures in het gemeentelijk beleid zijn verwerkt en door medewerkers worden nageleefd.  

    Het onderzoek is op 25 mei 2021 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de handhaving in de openbare ruimte door boa’s. Hoe functioneert de inzet van boa’s bij handhaving in de openbare ruimte? En wat zijn de ervaringen van inwoners daarmee? Daarnaast onderzocht de rekenkamer hoe de samenwerking met de burgemeester, de politie en andere organisaties verloopt.

    Het onderzoek is op 26 januari 2021 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar een van de kernconcepten in het sociaal domein: eigen kracht. De rekenkamer wilde graag weten hoe dit begrip in Amersfoort wordt ingevuld.

    In het sociaal domein is de laatste jaren de nadruk verschoven van een focus op de beperkingen die mensen belemmeren om te participeren, naar meer aandacht voor de capaciteiten die mensen wél hebben en voor de vraag hoe deze capaciteiten zo goed mogelijk kunnen worden ondersteund en aangevuld. Daarbij wordt een aantal centrale begrippen gehanteerd, zoals ‘zelfredzaamheid’, ‘eigen kracht’, ‘sociaal netwerk’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. Van deze begrippen bestaan geen eenduidige definities. Dat brengt risico’s met zich mee, omdat de wijze waarop ze geïnterpreteerd en gehanteerd worden voor cliënten grote gevolgen kan hebben. Hierop wijst onder andere een recent rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Ook de Nationale Ombudsman en de Transitiecommissie Sociaal Domein hebben hier in het verleden op gewezen.

    De nadruk op ‘eigen kracht’ bij het verlenen van zorg en ondersteuning vanuit de Jeugdwet, Participatiewet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) impliceert aansluiting bij wat inwoners zelf, al dan niet samen met hun netwerk, kunnen doen om te komen tot een zo volwaardig mogelijke participatie in de samenleving. Het gaat hier echter om een kwetsbare groep: mensen die het (in ieder geval in eerste instantie) zonder zorg en ondersteuning van anderen niet redden. Dat betekent dat er een spanning bestaat tussen de inzet op ‘eigen kracht’ in het sociaal domein enerzijds, en de doelgroep waar de gemeentelijke activiteiten in het sociaal domein zich op richten anderzijds. Het doel van dit onderzoek is om een bijdrage te leveren aan de invulling van het concept ‘eigen kracht‘ in het Amersfoortse sociaal domein.

    Het onderzoek is op 6 november 2018 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het vestigingsbeleid bedrijven in Amersfoort. Wat doet de gemeente om te zorgen dat bedrijven zich vestigen en blijven, en werkt dat doeltreffend? Ook heeft de rekenkamer gekeken of het vestigingsbeleid matcht met de samenstelling van de beroepsbevolking van Amersfoort, daarbij is specifiek aandacht geschonken aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

    Het onderzoek is op 12 november 2019 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft onderzocht of Amersfoortse jeugdigen de juiste, volledige en tijdige hulp kunnen krijgen die zij mogen verwachten. Het onderzoek richtte zich op die vormen van jeugdhulp waarnaar de grootste vraag is.

    Het startpunt van het onderzoek was de hulpbehoefte van de Amersfoortse jeugdigen en gezinnen. Het gaat er primair om dat jeugdigen en gezinnen met opvoed- en opgroeiproblemen zich geholpen voelen en weer verder kunnen, bij voorkeur op eigen kracht. Het onderzoek heeft zich vervolgens gericht op Jeugd GGZ en Ambulante jeugdhulp omdat de rekenkamer vaststelde dat bij deze vormen van jeugdhulp de vraag het grootst is: samen ruim 75% van de jeugdhulp in Amersfoort.

    Het onderzoek is op 16 april 2019 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft extra budget toegewezen gekregen van de gemeenteraad om vier jaar lang onderzoek te doen naar de decentralisaties. Doordat de provincie Utrecht eind 2014 preventief financieel toezicht heeft opgelegd aan de gemeente Amersfoort heeft het onderzoek van 2015 een tijdje on hold gestaan. Toen de onder toezichtstelling werd opgeheven kon het onderzoek weer verdere doorgang vinden.

    De decentralisaties van de Jeugdwet, de Participatiewet en een deel van de Awbz naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en daarnaast de invoering van de Wet passend onderwijs, hebben geleid tot nieuwe gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden. Dat heeft geleid tot een situatie waarin de gemeente veel meer, samen met de uitvoerders, beleid ontwikkelt en ook zelf uitvoert. Grote veranderingen dus, die voor de burgers die het betreft grote gevolgen kunnen hebben. De rekenkamer wil met het onderzoek de gemeenteraad op hoofdlijnen informeren over de doelstellingen die leidend zijn in het sociaal domein en daarnaast de kansen en de risico’s die van invloed zijn op het bereiken daarvan. Het onderzoek leert ook hoe de kansen en risico’s kunnen worden aangewend om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid te optimaliseren.

    Het onderzoek is op 13 september 2016 aangeboden aan de raad.


    Het uitgangspunt in Nederland is dat iedere ex-gedetineerde zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar re-integratie in de maatschappij. Het gevangeniswezen is verantwoordelijk voor ondersteuning bij re-integratie tijdens detentie, de gemeenten zijn dat ná detentie. Gedetineerden keren in principe terug naar de gemeente van herkomst. Gemeenten hebben een duidelijke verantwoordelijkheid en regierol bij de nazorg aan ex-gedetineerden. Er was geen directe aanleiding voor de rekenkamer om het onderwerp te onderzoeken. Het onderzoek richtte zich op de uitvoering van nazorg aan volwassen ex-gedetineerden die na hun detentie in Amersfoort zijn komen te wonen.

    Het onderzoek is op 14 februari 2017 aangeboden aan de raad.

    Op 22 februari 2017 heeft de rekenkamer van het college de bestuurlijke reactie op het rekenkamerrapport ontvangen.

    Met de decentralisaties in het sociale domein is veel veranderd per 1 januari 2015. Sinds die datum hebben gemeenten er veel taken en verantwoordelijkheden bij gekregen. Ook voor inwoners zijn veranderingen merkbaar, er wordt meer van hen zelf verwacht. Om de decentralisaties invulling te geven is in Amersfoort gewerkt aan een nieuwe structuur voor het sociale domein, met daarbij een belangrijke rol voor de negen sociale wijkteams.

    Uit het onderzoek is gebleken dat professionals de wijkteams als een waardevolle aanvulling zien. Ook is gebleken dat cliënten over het algemeen tevreden zijn met de sociale wijkteams. Het is duidelijk dat de sociale wijkteams draaiende zijn, echter is ook gebleken dat het ontwikkelingsproces nog volop gaande is. Dat is op punten ook terug te zien in de uitvoering. Dat de wijkteams nog voor uitdagingen staan vindt de rekenkamer begrijpelijk gezien de fase waarin zij zich bevinden.

    Het onderzoek is op 26 september 2017 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het integratiebeleid van de gemeente Amersfoort. Integratie is tegenwoordig geen apart beleidsveld meer maar verweven in diverse beleidsvelden. De rekenkamer wilde daar inzicht in krijgen. De thema’s huisvesting, taalonderwijs en participatie staan centraal in het onderzoek, omdat deze erg belangrijk zijn voor succesvolle integratie. In het onderzoek is ook gekeken naar de resultaten en naar de financiële middelen die beschikbaar zijn voor integratie.

    Nader bericht: Per abuis is er een foutje geslopen in het rekenkamerrapport over het integratiebeleid. De titel van figuur 8 op pagina 29 moet luiden “Percentage migranten per wijk in Amersfoort” in plaats van “Percentage niet-westerse migranten per wijk in Amersfoort”.

    Het onderzoek is op 12 december 2017 aangeboden aan de raad.

    In hoeverre en op welke wijze wordt actief burgerschap door de gemeente Amersfoort gefaciliteerd?

    De gemeente Amersfoort heeft nadrukkelijk de ambitie uitgesproken om samen met inwoners te werken aan de stad. De rekenkamer heeft onderzocht hoe dat in de praktijk werkt. Wat gaat goed in het faciliteren van actieve bewoners en hun initiatieven? En wat kan beter? Naast interviews met een aantal wethouders en ambtenaren zijn ook burgers en organisaties betrokken bij het onderzoek.

    Het rekenkameronderzoek richt zich op actief burgerschap; het in groepsverband actief deelnemen van mensen vanuit eigen inbreng en ideeën op basis van eigen mogelijkheden en ambities aan de samenleving op sociaal, cultureel en economisch vlak. Daarbij staat niet alleen het eigen belang, maar ook het algemeen belang centraal. Het onderzoek heeft zich daarom niet gericht op mantelzorg, de participatiewet en beleidsparticipatie door burgers.

    Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente Amersfoort er bewust voor kiest geen algemeen beleidskader voor actief burgerschap te formuleren, maar ruimte te geven aan burgerinitiatieven en, waar nodig en mogelijk, ondersteuning op maat te leveren. Dit wordt herkend en gewaardeerd door actieve inwoners.

    Het rapport is op 24 november 2015 aangeboden aan de raad.

    In de Gemeentewet worden ten dienste van de controlerende rol van de gemeenteraad vier typen onderzoek onderscheiden. Te weten raadsonderzoek, de accountantscontrole, de rekenkamer(functie) en een vierde type onderzoek. Dit vierde type onderzoek betreft onderzoek door het college, voorgeschreven bij de wet in artikel 213a. Dit artikel is opgenomen als tegenhanger van artikel 160 e.v. waarin de bevoegdheden van het college zijn vastgelegd.

    Het doel van de wetgever met artikel 213a Gemeentewet is dat gemeenten doelmatiger en doeltreffender gaan werken en dat bijgedragen wordt aan de publieke verantwoording over de gemeentelijke uitvoering van beleid. In Amersfoort heeft de gemeenteraad daartoe op 5 februari 2003 de Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (Verordening 213a) vastgesteld.

    De rekenkamer heeft een oriëntatie uitgevoerd op de status van 213a-onderzoek in Amersfoort. Uit deze oriëntatie is gebleken dat in de praktijk formeel niet (in elk geval niet expliciet en niet volgbaar) aan deze verordening wordt voldaan. Men werkt met de permanente beleidsevaluatie. Dit is vastgelegd in de (concept)verordening 212, die echter nog niet door de raad is vastgesteld. Uit de (concept)stukken die voor de permanente beleidsevaluatie zijn opgesteld, valt wel op te maken dat deze evaluatie bijdraagt aan hetzelfde doel dat ook artikel 213a nastreeft. Als het instrument 213a-onderzoek is ingebed in de planning en control cyclus, dan dient de daadwerkelijke inzet ervan echter wel herleidbaar te blijken uit de planning en verantwoording van deze cyclus. Er dient immers nog steeds aan de Verordening 213a te worden voldaan.

    De rekenkamer heeft de raad de volgende twee aanbevelingen gedaan:

    • De Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (artikel 213a Gemeentewet) en de uitvoering van deze onderzoeksplicht in de praktijk op elkaar af te stemmen, opdat de uitvoering herleidbaar wordt naar de voorschriften die de gemeenteraad hiervoor stelt.
    • De cyclus van de besluitvorming van de Verordening voor het financiële beleid en beheer (artikel 212 Gemeentewet) in de gemeenteraad af te ronden.

    De rekenkamerbrief is in september 2015 aan de raad aangeboden.

    In hoeverre is de fraudebestrijding van bijstandsuitkeringen in de gemeente Amersfoort effectief?

    De gemeente is op grond van de Wet Werk en Bijstand verantwoordelijk voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen en voor het voorkomen en bestrijden van fraude met deze uitkeringen. De rekenkamer heeft onderzocht of de gemeente Amersfoort de fraudebestrijding bij bijstandsuitkeringen doeltreffend uitvoert.

    Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente de handhaving in het kader van de Wet Werk en Bijstand volgens het eigen fraudebeleidsplan uitvoert en dat dit beleidsplan in de praktijk ook effectief werkt. Er zijn namelijk de afgelopen jaren steeds meer fraudeonderzoeken ‘aan de poort’ gedaan (bij de aanvraag van de uitkering), fraudeonderzoeken leveren meer resultaat op (correcties op de uitkering) en het gemiddelde bedrag aan nieuwe fraudevorderingen van onterecht ontvangen uitkeringen daalt.

    Het onderzoek is in februari 2015 aangeboden aan de raad.

    De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de IT-investeringen van de gemeente Amersfoort. Uit het onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de IT binnen de gemeente Amersfoort zich richt op de juiste landelijke en lokale thema’s en onderwerpen en dat de afgelopen jaren een gedegen basis-IT-agenda ter ondersteuning van de bedrijfsprocessen is opgezet en uitgevoerd. De IT-projecten zijn daarnaast inhoudelijk en financieel in control.

    Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat op strategisch niveau de doeltreffendheid en doelmatigheid van het Amersfoortse IT-beleid niet goed zijn vast te stellen. De gemeente Amersfoort heeft namelijk geen gemeentelijke strategische IT-visie, waarin uitgangspunten en doelstellingen zijn opgenomen. Door het ontbreken van een afwegingskader voor IT-investeringen en van een gespecificeerde financiële verantwoording is het ook lastig om tot een eindoordeel over de doelmatigheid van investeringen te komen. De belangrijkste oorzaken hiervoor liggen bij de beperkte betrokkenheid van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad bij het IT-beleid. Ook is de informatievoorziening aan de gemeenteraad zeer beperkt waardoor deze zijn kaderstellende en sturende rol onvoldoende kan invullen.

    De rekenkamer heeft in haar rapport aanbevelingen gedaan om de geconstateerde aandachtspunten op te pakken. Zo beveelt zij aan om een meerjarige gemeentelijke IT-visie met strategische uitgangspunten en doelstellingen te formuleren, om ervoor te zorgen dat sturing in de toekomst op strategisch en bestuurlijk niveau plaatsvindt. Zij beveelt aan de gemeenteraad te betrekken bij de totstandkoming van die visie en de gemeenteraad regelmatig te voorzien van verantwoordingsinformatie die nodig is voor zijn controlerende taak. Ook beveelt zij aan om bij grote beleidsontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de decentralisaties, op tijd IT-deskundigheid in te zetten.

    In de loop der tijd heeft de rekenkamer al veel onderwerpen behandeld. Naast de onderwerpen op de website kunt u denken aan onderzoeken, quick scans en oriëntaties naar gemeentewater (grond-, hemel- en afvalwater), verbonden partijen, Wmo, afhandeling klachten en bezwaren, doorwerking aanbevelingen, leegstand kantoren, toezicht kinderopvang, permanente beleidsevaluatie, inburgering en integratie, jaarstukken, treasury, integriteit, moties, afvalstoffenheffing, meldpunt woonomgeving, subsidies kunst&cultuur, verkeersveiligheid, sportaccommodaties, woningcorporaties, etc.

    De rekenkamer wil aansluiten bij de policy om niet al te veel stukken op de website te plaatsen, rekenkameronderzoeken kunnen echter lang actueel zijn of weer actueel worden in de loop van de tijd. Om de informatie toch beschikbaar te houden is een overzicht opgesteld van (informatie uit) eerdere onderzoeken, onderstaand het overzicht van de onderzoeken tot en met juni 2018. Wilt u van de in het bijgevoegde overzicht genoemde onderwerpen de eerder gepubliceerde stukken inzien kunt u contact opnemen met de rekenkamer.

    Contact

    Stadhuisplein 5, 3811 LM Amersfoort

    Postbus 4000, 3800 EA Amersfoort

    033 469 4312

    rekenkamer@amersfoort.nl

    Twitter: @rekenkamerfoort