Rekenkamer

De rekenkamer is een onafhankelijk orgaan dat de taak heeft het door de gemeente gevoerde bestuur te toetsen. De rekenkamer voert onderzoeken uit en doet naar aanleiding daarvan aanbevelingen aan de gemeenteraad. De gemeenteraad besluit over deze aanbevelingen.

Samenstelling

De rekenkamer is in Amersfoort opgezet naar het gemengde commissiemodel (zowel externe leden als raadsleden). De rekenkamer bestaat uit drie externe leden waaronder de voorzitter, twee interne leden vanuit de gemeenteraad en wordt ondersteund door een secretaris. Allen zijn benoemd door de gemeenteraad. De samenstelling van de rekenkamer is als volgt:

  • mevrouw drs. R.C.M. (Karin) Stadhouders (extern lid en voorzitter)
  • de heer ir. H.A. (Bert) Lokhorst (extern lid)
  • mevrouw H.G.M. (Henny) Overbeek (extern lid)
  • de heer drs. G.H. (Gert) Hunink (ChristenUnie) (intern lid)
  • mevrouw L.A. (Linda) van Tuyl, MEM (GroenLinks) (intern lid)
  • mevrouw drs. M.P. (Marleen) van den Nieuwendijk RA (secretaris)

Voor de leden geldt een gedragscode:

Werkwijze

De rekenkamer werkt onafhankelijk. Dit betekent dat de rekenkamer zelf bepaalt welke onderwerpen worden onderzocht en hoe het onderzoek wordt ingericht. De rekenkamer kent een Verordening en een Reglement van orde:

De vergaderingen van de rekenkamer zijn besloten, maar de verslagen zijn openbaar. Neem hiervoor contact op met de rekenkamer.

Het doel van rekenkameronderzoeken is inzicht te bieden in de prestaties van de gemeente en waar nodig het formuleren van aanbevelingen voor de toekomst. Het doel is inzicht te bieden op de volgende onderdelen:

  • rechtmatigheid: voldoet de uitvoering aan de wettelijke kaders en regelgeving?
  • doelmatigheid: is de voorbereiding en uitvoering van beleid efficiënt verlopen?
  • doeltreffendheid: zijn de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk behaald?

Bij de uitvoering van een onderzoek hanteert de rekenkamer de richtlijnen zoals beschreven in het onderzoeksprotocol.

De rekenkamer verwerkt soms persoonsgegevens en soms bijzondere persoonsgegevens. Voorafgaand aan elk onderzoek weegt de rekenkamer zorgvuldig af welke gegevens nodig zijn voor het onderzoek, zodat dit met zo min mogelijk gegevens kan worden uitgevoerd. De rekenkamer gaat op een zorgvuldige en veilige manier met persoonsgegevens om, in overeenstemming met de AVG. Hoe dat werkt kunt u lezen in de privacyverklaring.

Rekenkameronderzoeken

Hieronder vindt u de onderzoeksdossiers van afgeronde onderzoeken en lopende onderzoeken. Ook wordt een lijst van eerdere onderzoeken gegeven. Wilt u hiervan de eerder gepubliceerde stukken inzien? Neem dan contact op met de rekenkamer. De rij start met het meest recente jaarverslag en jaarplan van de rekenkamer.

Jaarplan, Jaarverslag en nieuwsbrief

Jaarlijks stelt de rekenkamer een plan op voor het komende jaar en blikt zij terug op het afgelopen jaar. Hier vindt u het meest recente jaarplan en jaarverslag. Ook vindt u hier de meest recente nieuwsbrief van de rekenkamer.

Eigen kracht in het Amersfoortse sociaal domein

De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar een van de kernconcepten in het sociaal domein: eigen kracht. De rekenkamer wilde graag weten hoe dit begrip in Amersfoort wordt ingevuld.

In het sociaal domein is de laatste jaren de nadruk verschoven van een focus op de beperkingen die mensen belemmeren om te participeren, naar meer aandacht voor de capaciteiten die mensen wél hebben en voor de vraag hoe deze capaciteiten zo goed mogelijk kunnen worden ondersteund en aangevuld. Daarbij wordt een aantal centrale begrippen gehanteerd, zoals ‘zelfredzaamheid’, ‘eigen kracht’, ‘sociaal netwerk’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. Van deze begrippen bestaan geen eenduidige definities. Dat brengt risico’s met zich mee, omdat de wijze waarop ze geïnterpreteerd en gehanteerd worden voor cliënten grote gevolgen kan hebben. Hierop wijst onder andere een recent rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Ook de Nationale Ombudsman en de Transitiecommissie Sociaal Domein hebben hier in het verleden op gewezen.

De nadruk op ‘eigen kracht’ bij het verlenen van zorg en ondersteuning vanuit de Jeugdwet, Participatiewet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) impliceert aansluiting bij wat inwoners zelf, al dan niet samen met hun netwerk, kunnen doen om te komen tot een zo volwaardig mogelijke participatie in de samenleving. Het gaat hier echter om een kwetsbare groep: mensen die het (in ieder geval in eerste instantie) zonder zorg en ondersteuning van anderen niet redden. Dat betekent dat er een spanning bestaat tussen de inzet op ‘eigen kracht’ in het sociaal domein enerzijds, en de doelgroep waar de gemeentelijke activiteiten in het sociaal domein zich op richten anderzijds. Het doel van dit onderzoek is om een bijdrage te leveren aan de invulling van het concept ‘eigen kracht‘ in het Amersfoortse sociaal domein. Voor de uitvoering van het onderzoek heeft de rekenkamer samengewerkt met onderzoeksbureau Regioplan.

Het onderzoeksrapport is op 6 november 2018 door de voorzitter van de rekenkamer aangeboden aan de voorzitter van de gemeenteraad. Van het onderzoek is ook een compilatie gemaakt. Beide documenten zijn hieronder in te zien.

Jeugdhulp in Amersfoort (lopend)

De rekenkamer heeft een onderzoek opgestart naar jeugdhulp in Amersfoort. De rekenkamer wil graag weten of het Amersfoortse jeugdhulpveld dusdanig is ingericht dat, voor onderdelen waar onder jeugdigen in Amersfoort de meeste vraag naar is, deze jeugdigen van (of via) de gemeente de juiste, volledige en tijdige hulp kunnen krijgen die zij op grond van de gemeentelijke taken mogen verwachten.

Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp: van licht tot zwaar en van vrijwillig kader tot drang en dwang. Denk onder meer aan: ambulante jeugdhulp, jeugd-GGZ, pleegzorg, jeugdzorgplus, jeugdreclassering. In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten opgesomd. Zo geldt bijvoorbeeld de jeugdzorgplicht van waaruit gemeenten moeten zorgen dat jeugdigen advies krijgen over welke hulp het beste bij hen past, hen helpen de goede vorm te kiezen en zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is. Ook hebben de gemeenten bijvoorbeeld als taak te zorgen voor jeugdhulpaanbieders van goede kwaliteit.

Het doel van het rekenkameronderzoek is om een bijdrage te leveren aan het verder verbeteren van het Amersfoortse jeugdhulpveld. Het onderzoek vertrekt niet vanuit het Amersfoortse beleid maar vanuit de vraagkant. Het startpunt is het in kaart brengen van de vraag aan jeugdhulp onder Amersfoortse jeugdigen en gezinnen. Daarbij wordt ook gekeken naar de hulpvraag waar zij zich zelf (nog) niet bewust van zijn maar die wel wordt gezien door bijvoorbeeld huisarts en onderwijs. Vervolgens maakt de rekenkamer een selectie van de belangrijkste soorten hulpvragen in Amersfoort en gaat daarvoor bekijken wat er beschikbaar is aan hulp en hoe jeugdigen en gezinnen bij die hulp terecht komen. Daarna richt de rekenkamer zich op de vraag of het aanbod dat voor deze soorten hulpvragen voorhanden is juist, volledig en tijdig is. Met daarbij de vraag of de gemeente, de jeugdhulpaanbieders en andere stakeholders dat zelf ook voldoende in beeld hebben.

Voor de uitvoering van het onderzoek is onderzoeksbureau DSP in de arm genomen. Het onderzoek heeft een verwachte doorlooptijd van ongeveer een half jaar.

Onderzoeken: decentralisaties (doelstellingen, risico's en kansen in het sociaal domein), nazorg terugkeer ex-gedetineerden in de Amersfoortse samenleving, effectiviteit en efficiency sociale wijkteams Amersfoort en effectiviteit integratiebeleid gemeente Amersfoort

Decentralisaties - doelstellingen, risico's en kansen in het sociaal domein:

De rekenkamer heeft extra budget toegewezen gekregen van de gemeenteraad om vier jaar lang onderzoek te doen naar de decentralisaties. Doordat de provincie Utrecht eind 2014 preventief financieel toezicht heeft opgelegd aan de gemeente Amersfoort heeft het onderzoek van 2015 een tijdje on hold gestaan. Toen de onder toezichtstelling werd opgeheven kon het onderzoek weer verdere doorgang vinden.

Op dinsdag 13 september 2016 is het rapport tijdens de gemeenteraadsvergadering aangeboden aan de voorzitter van de gemeenteraad. (zie onder voor download)

Achtergrond De decentralisaties van de Jeugdwet, de Participatiewet en een deel van de Awbz naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en daarnaast de invoering van de Wet passend onderwijs, hebben geleid tot nieuwe gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden. Dat heeft geleid tot een situatie waarin de gemeente veel meer, samen met de uitvoerders, beleid ontwikkelt en ook zelf uitvoert. Grote veranderingen dus, die voor de burgers die het betreft grote gevolgen kunnen hebben. De rekenkamer wil met het onderzoek de gemeenteraad op hoofdlijnen informeren over de doelstellingen die leidend zijn in het sociaal domein en daarnaast de kansen en de risico’s die van invloed zijn op het bereiken daarvan. Het onderzoek leert ook hoe de kansen en risico’s kunnen worden aangewend om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid te optimaliseren.

OnderzoekHet rekenkameronderzoek is geen gedetailleerde beleidsanalyse. De rekenkamer heeft gekozen voor een domeinbrede verkenning in het sociaal domein, gericht op doelstellingen en SWOT-analyses[1] met stakeholders (in de vorm van groepsgesprekken met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van Ravelijn, ROC, wijkteams, Kwintes, Welzin, Sovee, Samen Veilig, GGD, Amerpoort, RWA/Amfors, VNO-NCW, Workfast). De verkenning biedt inzicht in signalen van stakeholders over sterkten, kansen, zwakten en bedreigingen in het Amersfoortse sociaal domein en over hoe die zich tot elkaar verhouden. De signalen zijn gebaseerd op de (met elkaar in verband gebrachte) meningen uit de groepsgesprekken en op de analyse van de onderzoekers. Naast een analyse van doelstellingen en de actuele stand van zaken daarvan zoals blijkt uit beschikbare documentatie, de eerder genoemde SWOT-analyses en groeps­gesprekken met ambtelijk verantwoordelijken, zijn er ook gesprekken gevoerd met raadsleden en betrokken collegeleden.

Uitkomsten en aanbevelingenDe rekenkamer heeft een beknopte compilatie gemaakt van de uitkomsten van het onderzoek. (zie onder voor download)

De rekenkamer komt naar aanleiding van het onderzoek tot een aantal aanbevelingen richting het college van burgemeester en wethouders. Zo doet zij aanbevelingen gericht op de beoogde verschuiving in zorgvragen en zorgconsumptie naar lichtere vormen van zorg en ondersteuning. Hierbij wijst zij erop te sturen op een leertraject binnen en tussen de wijkteams. En ook om te blijven investeren in goede laagdrempelige toegang tot zorg en ondersteuning. Met aandacht voor mogelijke zorgmijding als gevolg van (hoge) eigen bijdragen en met aandacht voor afschuifgedrag van financiële lasten tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren.

Gericht op de integraliteit van de aanpak beveelt zij daarnaast aan om de samenwerking tussen de uitvoerders van de Participatiewet en de Wmo/Jeugdwet structureel en vanzelfsprekend te maken. En om nadere invulling te geven aan de samenwerking en afstemming tussen scholen en wijkteams. Ook wijst de rekenkamer erop om de budgetten en het administratieve proces zoveel mogelijk te ontschotten. Dit zodat de behoefte van de cliënt centraal gesteld wordt en dat het denken buiten de gebaande paden niet ontmoedigd wordt. De rekenkamer geeft ook aan dat het goed is om te investeren in een betere informatiedeling tussen zorgaanbieders. Want betere kennis draagt bij aan betere zorg en betere informatiedeling leidt ook tot minder verloren capaciteit (vanwege dubbele intakes).

Tot slot beveelt de rekenkamer het college aan om samen met de gemeenteraad meetbare doelstellingen te ontwikkelen die richting geven aan de uitvoering en waaraan prestaties kunnen worden gemeten. Deze laatste aanbeveling gaat omgekeerd ook naar de gemeenteraad. Deze krijgt namelijk een aanbeveling van de rekenkamer gericht op de betrokkenheid bij het sociaal domein. De aanbeveling gaat over het scheppen van randvoorwaarden voor goede sturing en controle. Zoals het opstellen van SMART-doelstellingen en het stellen van voorwaarden aan verantwoordingsinformatie. En daarnaast wordt in deze aanbeveling aan de raad ook aangedragen om het college te verzoeken bij besluitvorming verschillende opties voor te leggen die allemaal even nauwkeurig zijn uitgewerkt zodat de raad een goede discussie kan voeren en keuze kan maken. Tot slot beveelt de rekenkamer de raad in deze aanbeveling aan om eventuele incidenten binnen het sociaal domein te benutten om op grote lijnen in gesprek te gaan met het college.


[1] Een SWOT-analyse is een gestructureerde manier om sterke punten (S) en zwaktes (W) van beleid, organisatie en de uitvoeringspraktijk in kaart te brengen (interne factoren die het doelbereik beïnvloeden) en daarnaast externe kansen (O) en bedreigingen (T) voor doelbereik te schetsen. Vervolgens worden deze vier elementen tegen elkaar afgezet: door alle elementen aan elkaar te relateren kan worden nagegaan waar zich serieuze kwesties voordoen, waar de gemeente op moet acteren.

 

Hieronder kunt u het onderzoeksrapport en de compilatie downloaden. Ook vindt u hier de bestuurlijke reactie van het college.

Nazorg: terugkeer ex-gedetineerden in de Amersfoortse samenleving:

Het uitgangspunt in Nederland is dat iedere ex-gedetineerde zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar re-integratie in de maatschappij. Het gevangeniswezen is verantwoordelijk voor ondersteuning bij re-integratie tijdens detentie, de gemeenten zijn dat ná detentie. Gedetineerden keren in principe terug naar de gemeente van herkomst. Gemeenten hebben een duidelijke verantwoordelijkheid en regierol bij de nazorg aan ex-gedetineerden. Er was geen directe aanleiding voor de rekenkamer om het onderwerp te onderzoeken. Het onderzoek richtte zich op de uitvoering van nazorg aan volwassen ex-gedetineerden die na hun detentie in Amersfoort zijn komen te wonen. De rekenkamer heeft voor de uitvoering van het onderzoek het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in de arm genomen.

Dinsdagavond 14 februari 2017 is het rekenkamerrapport aan de voorzitter van de gemeenteraad aangeboden. Evenals een compliatie van het onderzoek. Ook heeft het college een verzoek ontvangen voor een bestuurlijke reactie.

Op 22 februari 2017 heeft de rekenkamer van het college de bestuurlijke reactie op het rekenkamerrapport ontvangen. De raadsbehandeling van het rekenkamerrapport vond plaats tijdens De Ronde van 14 maart 2017.

Effectiviteit en efficiency sociale wijkteams Amersfoort:

Met de decentralisaties in het sociale domein is veel veranderd per 1 januari 2015. Sinds die datum hebben gemeenten er veel taken en verantwoordelijkheden bij gekregen. Ook voor inwoners zijn veranderingen merkbaar, er wordt meer van hen zelf verwacht. Om de decentralisaties invulling te geven is in Amersfoort gewerkt aan een nieuwe structuur voor het sociale domein, met daarbij een belangrijke rol voor de negen sociale wijkteams.

Het onderzoek is gericht op alle negen sociale wijkteams van Amersfoort. Het onderzoek heeft zich, op het vlak van o.a. samenwerking, ook gericht op de partners van de wijkteams (gespecialiseerde zorgverleners en sociale basisinfrastructuur). Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van diverse onderzoeksmethoden. Hierbij valt te denken aan deskresearch, interviews met ambtenaren en leidinggevenden van de wijkteams, een enquête onder cliënten en focusgroepen met wijkteamleden en met partijen uit de sociale basisinfrastructuur en gespecialiseerde zorgverleners.

Op dinsdag 26 september 2017 is het rekenkamerrapport aangeboden aan de plv. voorzitter van de gemeenteraad.

Uit het onderzoek is gebleken dat professionals de wijkteams als een waardevolle aanvulling zien. Ook is gebleken dat cliënten over het algemeen tevreden zijn met de sociale wijkteams. Het is duidelijk dat de sociale wijkteams draaiende zijn, echter is ook gebleken dat het ontwikkelingsproces nog volop gaande is. Dat is op punten ook terug te zien in de uitvoering. Dat de wijkteams nog voor uitdagingen staan vindt de rekenkamer begrijpelijk gezien de fase waarin zij zich bevinden.

De rekenkamer doet enkele aanbevelingen om de bekendheid en de bereikbaarheid van de wijkteams te vergroten. Daarnaast doet de rekenkamer diverse aanbevelingen om de werkprocessen van de wijkteams en de samenwerking met andere partijen in het sociale domein verder te verbeteren. Tot slot beveelt de rekenkamer het college aan om over een jaar, na uitvoering van de diverse aanbevelingen uit het rekenkamerrapport en na inzet van extra geld dat de gemeenteraad beschikbaar heeft gesteld, de werkdruk van de wijkteams te analyseren en indien nodig aanvullende maatregelen te nemen om de werkdruk te verlagen.

De gemeenteraad heeft het onderzoeksrapport 7 november 2017 besproken en besloot 21 november 2017 over de aanbevelingen.

De rekenkamer heeft naast een compleet onderzoeksrapport ook een korte compilatie gemaakt van de onderzoeksuitkomsten. Het onderzoeksrapport, de compilatie van de uitkomsten, het persbericht, het verzoek aan het college om een bestuurlijke reactie te geven en de bestuurlijke reactie die vervolgens is ontvangen zijn hieronder aan te klikken.

Effectiviteit integratiebeleid gemeente Amersfoort:

De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het integratiebeleid van de gemeente Amersfoort. De rekenkamer wilde met het onderzoek inzicht krijgen in hoe integratie tegenwoordig is vormgegeven. Op dinsdag 12 december 2017 is het rekenkamerrapport aangeboden aan de voorzitter van de gemeenteraad.

Achtergrond Integratie is tegenwoordig geen apart beleidsveld meer maar verweven in diverse beleidsvelden. De rekenkamer wilde daar inzicht in krijgen. De thema’s huisvesting, taalonderwijs en participatie staan centraal in het onderzoek, omdat deze erg belangrijk zijn voor succesvolle integratie. In het onderzoek is ook gekeken naar de resultaten en naar de financiële middelen die beschikbaar zijn voor integratie. Voor het onderzoek zijn beleidsstukken bestudeerd en gesprekken gevoerd met wethouders en organisaties. Daarnaast is gesproken met nieuwkomers, waaronder statushouders, en met vrijwilligers.

De rekenkamer heeft naast het onderzoeksrapport een korte compilatie gemaakt van de onderzoeksuitkomsten en er is een persbericht opgesteld. Het college heeft een verzoek ontvangen om een bestuurlijke reactie te geven. Na het aanbieden van het rapport zijn ook deze documenten hieronder te raadplegen.

Nader bericht: Per abuis is er een foutje geslopen in het rekenkamerrapport over het integratiebeleid. De titel van figuur 8 op pagina 29 moet luiden “Percentage migranten per wijk in Amersfoort” ipv “Percentage niet-westerse migranten per wijk in Amersfoort”.

Onderzoeken: Actief Burgerschap in Amersfoort, Oriëntatie naar onderzoeksplicht 213a Gemeentewet, Effectiviteit van fraudebestrijding bijstandsuitkeringen in Amersfoort en Doeltreffendheid en doelmatigheid IT-investeringen gemeente Amersfoort

Actief Burgerschap in Amersfoort:

In hoeverre en op welke wijze wordt actief burgerschap door de gemeente Amersfoort gefaciliteerd?

De gemeente Amersfoort heeft nadrukkelijk de ambitie uitgesproken om samen met inwoners te werken aan de stad. De rekenkamer heeft onderzocht hoe dat in de praktijk werkt. Wat gaat goed in het faciliteren van actieve bewoners en hun initiatieven? En wat kan beter? Naast interviews met een aantal wethouders en ambtenaren zijn ook burgers en organisaties betrokken bij het onderzoek.

Het rekenkameronderzoek richt zich op actief burgerschap; het in groepsverband actief deelnemen van mensen vanuit eigen inbreng en ideeën op basis van eigen mogelijkheden en ambities aan de samenleving op sociaal, cultureel en economisch vlak. Daarbij staat niet alleen het eigen belang, maar ook het algemeen belang centraal. Het onderzoek heeft zich daarom niet gericht op mantelzorg, de participatiewet en beleidsparticipatie door burgers.

Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente Amersfoort er bewust voor kiest geen algemeen beleidskader voor actief burgerschap te formuleren, maar ruimte te geven aan burgerinitiatieven en, waar nodig en mogelijk, ondersteuning op maat te leveren. Dit wordt herkend en gewaardeerd door actieve inwoners.

Het rekenkameronderzoek heeft ook een aantal aandachtspunten opgeleverd. Allereerst is gebleken dat de stad een aantal behoeftes heeft op het vlak van actief burgerschap. Zo hebben actieve burgers bijvoorbeeld behoefte aan meer helderheid over criteria die bepalen of burgerinitiatieven wel of geen ondersteuning krijgen. Ook worden er door hen zorgen uitgesproken over de duurzaamheid van de ondersteuning van burgerinitiatieven en vrijwilligersorganisaties. Een ander aandachtspunt is dat de open houding, de andere werkwijze, die past bij het stimuleren van actief burgerschap nog niet overal in de gemeentelijke organisatie is ingedaald. Tot slot is uit het onderzoek gebleken dat de Amersfoortse aanpak van actief burgerschap nog moet rijpen voor wat betreft monitoring, evaluatie en verantwoording, zodat de gemeente kan weten waar ze staat in haar ambitie. De rekenkamer heeft in het rapport aanbevelingen gedaan om de geconstateerde aandachtspunten op te pakken.

Het rekenkamerrapport is op 24 november 2015 aan de gemeenteraad aangeboden. Op 15 december 2015 is het rapport besproken tijdens De Ronde.

Hieronder de pdf's van het rapport, persbericht, plan van aanpak en bestuurlijke reactie:

Eindrapport rekenkameronderzoek actief burgerschap in Amersfoort.

Persbericht afronding rekenkameronderzoek actief burgerschap in Amersfoort.

Plan van aanpak rekenkameronderzoek actief burgerschap in Amersfoort.

Bestuurlijke reactie bij rekenkamerrapport actief burgerschap in Amersfoort.

Oriëntatie naar onderzoeksplicht artikel 213a Gemeentewet:

In de Gemeentewet worden ten dienste van de controlerende rol van de gemeenteraad vier typen onderzoek onderscheiden. Te weten raadsonderzoek, de accountantscontrole, de rekenkamer(functie) en een vierde type onderzoek. Dit vierde type onderzoek betreft onderzoek door het college, voorgeschreven bij de wet in artikel 213a. Dit artikel is opgenomen als tegenhanger van artikel 160 e.v. waarin de bevoegdheden van het college zijn vastgelegd.

Het doel van de wetgever met artikel 213a Gemeentewet is dat gemeenten doelmatiger en doeltreffender gaan werken en dat bijgedragen wordt aan de publieke verantwoording over de gemeentelijke uitvoering van beleid. In Amersfoort heeft de gemeenteraad daartoe op 5 februari 2003 de Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (Verordening 213a) vastgesteld.

De rekenkamer heeft een oriëntatie uitgevoerd op de status van 213a-onderzoek in Amersfoort. Uit deze oriëntatie is gebleken dat in de praktijk formeel niet (in elk geval niet expliciet en niet volgbaar) aan deze verordening wordt voldaan. Men werkt met de permanente beleidsevaluatie. Dit is vastgelegd in de (concept)verordening 212, die echter nog niet door de raad is vastgesteld. Uit de (concept)stukken die voor de permanente beleidsevaluatie zijn opgesteld, valt wel op te maken dat deze evaluatie bijdraagt aan hetzelfde doel dat ook artikel 213a nastreeft. Als het instrument 213a-onderzoek is ingebed in de planning en control cyclus, dan dient de daadwerkelijke inzet ervan echter wel herleidbaar te blijken uit de planning en verantwoording van deze cyclus. Er dient immers nog steeds aan de Verordening 213a te worden voldaan.

De rekenkamer heeft de raad de volgende twee aanbevelingen gedaan:

  • De Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (artikel 213a Gemeentewet) en de uitvoering van deze onderzoeksplicht in de praktijk op elkaar af te stemmen, opdat de uitvoering herleidbaar wordt naar de voorschriften die de gemeenteraad hiervoor stelt.
  • De cyclus van de besluitvorming van de Verordening voor het financiële beleid en beheer (artikel 212 Gemeentewet) in de gemeenteraad af te ronden.

De rekenkamerbrief is in september 2015 aan de gemeenteraad aangeboden. Vanuit de wethouder en ambtelijke organisatie is begin januari 2016 aangegeven dat er een nieuwe conceptverordening 212 klaarligt, met daarin opgenomen de uitvoering van de aanbevelingen van de rekenkamer. In de tweede helft van februari 2016 wordt deze conceptverordening geagendeerd in de commissie B&V. Vervolgens staat het definitieve collegebesluit en het raadsvoorstel gepland.

Hieronder de pdf's van de brief aan de gemeenteraad en het afschrift aan het college:

Brief aan de gemeenteraad met uitkomst oriëntatie.

Afschrift aan college.

Effectiviteit van fraudebestrijding bijstandsuitkeringen in Amersfoort:

In hoeverre is de fraudebestrijding van bijstandsuitkeringen in de gemeente Amersfoort effectief?

De gemeente is op grond van de Wet Werk en Bijstand verantwoordelijk voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen en voor het voorkomen en bestrijden van fraude met deze uitkeringen. De rekenkamer heeft onderzocht of de gemeente Amersfoort de fraudebestrijding bij bijstandsuitkeringen doeltreffend uitvoert.

Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente de handhaving in het kader van de Wet Werk en Bijstand volgens het eigen fraudebeleidsplan uitvoert en dat dit beleidsplan in de praktijk ook effectief werkt. Er zijn namelijk de afgelopen jaren steeds meer fraudeonderzoeken ‘aan de poort’ gedaan (bij de aanvraag van de uitkering), fraudeonderzoeken leveren meer resultaat op (correcties op de uitkering) en het gemiddelde bedrag aan nieuwe fraudevorderingen van onterecht ontvangen uitkeringen daalt.

Het rekenkameronderzoek heeft ook een aantal aandachtspunten opgeleverd. De rekenkamer heeft aanbevelingen gedaan die erop gericht zijn deze punten aan te pakken. Allereerst is gebleken dat het fraudebeleidsplan waarmee de gemeente werkt gedateerd is, het verdient actualisatie naar aanleiding van recente beleidsontwikkelingen, zoals de landelijke Fraudewet (2013). Daarnaast beveelt de rekenkamer aan dat de gemeente meer kennis verzamelt over de ontwikkeling van recidive (herhaling door de fraudeur) en om de administratie van de afhandeling van fraudesignalen te verbeteren.

De rekenkamer heeft ook geconstateerd dat de informatie aan de gemeenteraad beperkt bruikbaar is voor de controlerende taak van raadsleden, ze beveelt aan hier afspraken over te maken. Tot slot adviseert de rekenkamer om nog sterker in te zetten op een preventieve aanpak, het voorkomen van fraude aan de poort. Gezien de kleine kans op succes bij terugvordering van onterecht verstrekte uitkeringen is het nog belangrijker om de aanvraag van de uitkering scherp te beoordelen.

In februari 2015 is het rekenkamerrapport aan de gemeenteraad aangeboden. Op 17 maart 2015 is het rapport behandeld tijdens De Ronde en op 31 maart 2015 zijn de aanbevelingen door de gemeenteraad overgenomen tijdens Het Besluit. Op 24 juni jl. heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd over de implementatie van de aanbevelingen, dit heeft vorm gekregen in een raadsinformatiebrief (nr. 2015-069). Vervolgens heeft op 17 november 2015 een raadsacademie plaatsgevonden over het onderwerp.

Hieronder de pdf's van het rapport, persbericht, plan van aanpak en bestuurlijke reactie:

Eindrapport rekenkameronderzoek fraudebestrijding bijstandsuitkeringen.

Persbericht afronding rekenkameronderzoek fraudebestrijding bijstandsuitkeringen.

Plan van aanpak rekenkameronderzoek fraudebestrijding bijstandsuitkeringen.

Bestuurlijke reactie op rekenkamerrapport fraudebestrijding bijstandsuitkeringen.

Doeltreffendheid en doelmatigheid IT-investeringen gemeente Amersfoort:

In hoeverre zijn de IT-investeringen van de gemeente Amersfoort doeltreffend en doelmatig?

De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de IT-investeringen van de gemeente Amersfoort. Uit het onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de IT binnen de gemeente Amersfoort zich richt op de juiste landelijke en lokale thema’s en onderwerpen en dat de afgelopen jaren een gedegen basis-IT-agenda ter ondersteuning van de bedrijfsprocessen is opgezet en uitgevoerd. De IT-projecten zijn daarnaast inhoudelijk en financieel in control.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat op strategisch niveau de doeltreffendheid en doelmatigheid van het Amersfoortse IT-beleid niet goed zijn vast te stellen. De gemeente Amersfoort heeft namelijk geen gemeentelijke strategische IT-visie, waarin uitgangspunten en doelstellingen zijn opgenomen. Door het ontbreken van een afwegingskader voor IT-investeringen en van een gespecificeerde financiële verantwoording is het ook lastig om tot een eindoordeel over de doelmatigheid van investeringen te komen.

De belangrijkste oorzaken hiervoor liggen bij de beperkte betrokkenheid van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad bij het IT-beleid. Ook is de informatievoorziening aan de gemeenteraad zeer beperkt waardoor deze zijn kaderstellende en sturende rol onvoldoende kan invullen.

De rekenkamer heeft in haar rapport aanbevelingen gedaan om de geconstateerde aandachtspunten op te pakken. Zo beveelt zij aan om een meerjarige gemeentelijke IT-visie met strategische uitgangspunten en doelstellingen te formuleren, om ervoor te zorgen dat sturing in de toekomst op strategisch en bestuurlijk niveau plaatsvindt. Zij beveelt aan de gemeenteraad te betrekken bij de totstandkoming van die visie en de gemeenteraad regelmatig te voorzien van verantwoordingsinformatie die nodig is voor zijn controlerende taak. Ook beveelt zij aan om bij grote beleidsontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de decentralisaties, op tijd IT-deskundigheid in te zetten.

In februari 2015 heeft de rekenkamer het onderzoeksrapport aangeboden aan de gemeenteraad. Op 3 maart 2015 is het rapport behandeld in De Ronde. Ook de besluitvorming heeft in maart plaatsgevonden, de gemeenteraad heeft op 17 maart 2015 de vijf aanbevelingen uit het rapport overgenomen. Tijdens de raadsbehandeling in De Ronde heeft de wethouder toegezegd voor de zomer een raadsacademie te organiseren over de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van informatietechnologie en de van toepassing zijnde landelijke kaders. Op 24 augustus 2015 heeft de raadsacademie plaatsgevonden. Ook is tijdens die Ronde van begin maart toegezegd na de zomer met de raad in De Ronde te spreken over het ontwikkelen van een meerjarige visie op IT-gebied.

Hieronder de pdf's van het rapport, persbericht, plan van aanpak en bestuurlijke reactie:

Eindrapport rekenkameronderzoek IT-investeringen.

Persbericht afronding rekenkameronderzoek IT-investeringen.

Plan van aanpak rekenkameronderzoek IT-investeringen.

Bestuurlijke reactie op rekenkamerrapport IT-investeringen.

Eerdere onderzoeken

In de loop der tijd heeft de rekenkamer al veel onderwerpen behandeld. Naast de onderwerpen op de website kunt u denken aan onderzoeken, quick scans en oriëntaties naar gemeentewater (grond-, hemel- en afvalwater), verbonden partijen, Wmo, afhandeling klachten en bezwaren, doorwerking aanbevelingen, leegstand kantoren, toezicht kinderopvang, permanente beleidsevaluatie, inburgering en integratie, jaarstukken, treasury, integriteit, moties, afvalstoffenheffing, meldpunt woonomgeving, subsidies kunst&cultuur, verkeersveiligheid, sportaccommodaties, woningcorporaties, etc.

De rekenkamer wil aansluiten bij de policy om niet al te veel stukken op de website te plaatsen, rekenkameronderzoeken kunnen echter lang actueel zijn of weer actueel worden in de loop van de tijd. Om de informatie toch beschikbaar te houden is een overzicht opgesteld van (informatie uit) eerdere onderzoeken, onderstaand het overzicht van de onderzoeken tot en met juni 2018. Wilt u van de in het bijgevoegde overzicht genoemde onderwerpen de eerder gepubliceerde stukken inzien kunt u contact opnemen met de rekenkamer.

Contact

mevr. drs. M.P. (Marleen) van den Nieuwendijk RA

Stadhuisplein 5, 3811 LM Amersfoort

Postbus 4000, 3800 EA Amersfoort

033 469 4312

rekenkamer@amersfoort.nl

twitteraccount: @rekenkamerfoort