Amersfoort
Stad met een hart

Print deze pagina Lees deze pagina voor

De geboorte van drie landschappen

In en om Amersfoort is veel natuur. Amersfoort ligt dan ook op een bijzondere plek. Drie verschillende landschappen komen hier samen: de Utrechtse Heuvelrug, de Gelderse Vallei en het Eemland.

Veel van het natuurlijk reliëf is ontstaan in de voorlaatste ijstijd (200.000-125.000 jaar geleden). Een dikke laag ijs bedekte toen het grootste deel van Nederland. Vanuit het noorden verspreidde het ijs zich steeds verder. Grote ijslobben drongen, via de rivierdalen, steeds verder landinwaarts. Door de kracht van het ijs werden de voormalige rivieroevers omhoog gestuwd.

Er ontstonden langgerekte heuvelrijen. De Utrechtse Heuvelrug is zo’n stuwwal. De ijsmassa stuwde de grond hier tientallen meters omhoog. Het hoogste punt ontstond op de Leusderhei (55m). Maar ook de Amersfoortse Berg mag er zijn. Berekend vanaf het Nieuw Amsterdams Peil meet deze berg nu 42,5 meter.

Binnenzee

Vlak na de voorlaatste ijstijd moet deze berg vele meters hoger zijn geweest en een werkelijk prachtig uitzicht hebben geboden over de toen nabije zee. De Gelderse Vallei was door het smelten van die enorme ijsmassa namelijk veranderd in een binnenzee. Het klimaat was toen bijzonder aangenaam. Hier in de buurt zijn fossielen gevonden van schelpen die we nu vinden op de stranden van Zuid-Frankrijk.

Duinen en beken

Na deze warme periode, die van 125.000-90.000 voor Christus duurde, volgde de laatste ijstijd (90.000-10.000 voor Christus). In deze ijstijd was geen sprake van grote ijsmassa’s die het land bedekten. Wel was de bodem permanent bevroren, waardoor er vrijwel niets kon groeien.

De harde wind kreeg hierdoor vrij spel en blies het zand van de Utrechtse Heuvelrug de Gelderse Vallei in. Het verschil in hoogte werd daardoor veel kleiner. Het zand dat de Gelderse Vallei inwaaide zette zich onregelmatig af. Hierdoor ontstonden plaatselijk een soort duinen. Deze hoger gelegen delen noemen we de dekzandruggen.

In de lager gelegen delen tussen de dekzandruggen stroomden de beken, het was er nat en moerassig. Al het water in de vallei stroomt richting Amersfoort. Op een laag punt komt het bijeen en gaat daar verder als de Eem. Daar waar de Eem doorwaadbaar was, is Amersfoort ontstaan.