Amersfoort
Stad met een hart

Print deze pagina Lees deze pagina voor

Archeologie van Amersfoort

De geschiedenis van de stad in vogelvlucht.

Op deze pagina

kaartje uit 16de eeuw

Bewoning op het grondgebied van Amersfoort gaat ver terug in de tijd. Niet alleen Amersfoort heeft een rijke bewoningsgeschiedenis, maar ook het omringende land is door de eeuwen heen intensief bewoond geweest.

Het gebied wordt gekenmerkt door hogere zandkoppen in een laag land. Een uitloper van de Utrechtse Heuvelrug steekt vanuit het zuidwesten de lagere en natte Gelderse Vallei in. In de voorlaatste ijstijd (Saaliën, 300.000-100.000 v.Chr.) kwam het landijs totaan deze omgeving en stuwde de bodem voor zich op, waardoor verhogingen zoals de Utrechtse Heuvelrug, in het land ontstonden. Gedurende het daarop volgende (warmere) Eemiën (100.000 - 50.000 v.Chr.) is de gelderse vallei grotendeels onderdeel van de Eemzee. Een dik pakket van klei is hier toen afgezet. Door wind werd tijdens de laatste ijstijd (Weichsel ijstijd, 50.000-12.000 v.Chr. waarbij het ijs onze streken niet bereikte) in deze omgeving het dekzand afgezet: een ware poolwoestijn. Er volgen nog een aantal warme en koude perioden, waarin meer dekzand maar ook veen wordt afgezet. Rond 9.000 v.Chr. (begin van het Holoceen) zet zich een klimaatsverbetering in, en het grondwater stijgt. In de lager gelegen gebieden ontstaan moerasbossen met daartussen de hogere oost-west lopende, beboste dekzandruggen. Verschillende beken doorsnijden het landschap en enkele in het zuiden van het gebied komen samen bij de smalle doorgang tussen de uitloper van de heuvelrug (de 'Amersfoortse Berg') in het zuidwesten, en de dekzandruggen in het oosten. Vanaf daar stromen zij samen verder als de rivier de Eem.

(Oude Steentijd, - 9000 v.Chr.)

De oudste vondst uit deze omgeving stamt uit het late Paleolithicum (35.000-9.000 v.Chr.). Het is een vuurstenen schrabber die werd gevonden in de oude Eembedding en dateert ergens uit 13.000-9.000 v.Chr.. Behalve deze losse vondst is er in en om Amersfoort geen enkele ander spoor uit het Paleolithicum bekend.

(Midden Steentijd, 9000-5300 v. Chr.)

In de periode van de Midden-Steentijd is de omgeving van Amersfoort druk bezocht geweest. Er zijn tal van sporen en gebruiksvoorwerpen uit deze periode gevonden zoals kleine vuurstenen mesjes en boortjes, en de resten van kuilen waarin vuur werd gemaak. Het zijn sporen van groepen rondtrekkende mensen die hier in kleine tijdelijke kampementen verbleven, levend van visvangst en jacht op klein wild. Typerend voor deze tijd is de seizoensgebonden bewoning: elk jaargetij werd het meest geschikte landschap bezocht om zodoende van een optimale voedselvoorziening verzekerd te zijn.
In de Midden Steentijd was het gebied waar nu de nieuwbouwwijken Zielhorst, Kattenbroek en Nieuwland zijn verrezen, voor de rondtrekkende mesolithische jagers ideaal, en zal vooral in de zomer veel bezocht zijn geweest. Men zocht hier de lager gelegen gebieden op met beken en moerassen vol vis en verbleef vooral aan de randen van de met bossen begroeide dekzandruggen waar gejaagd kon worden op wild, en waar men diverse planten, fruit en knollen kon vinden.

(Nieuwe Steentijd, 5300-2200 v.Chr.)

Aan de einde van het Mesolithicum en in het begin van Nieuwe Steentijd vinden er belangrijke veranderingen plaats: geleidelijk aan maakte het jagen en verzamelen plaats voor akkerbouw en veeteelt. Tijdelijke kampjes verdwijnen en blijvende nederzettingen met houten huizen verschijnen. Aardewerk deed zijn intrede, samenlevingsverbanden vergrootten zich en de bevolkingsomvang nam toe. Allerlei sociale en technologische ontwikkelingen en veranderingen vonden plaats.
Sporen uit het Neolithicum, met name uit het late, komen ook in en om Amersfoort voor. Bekend zijn enkele stenen bijlen en verschillende grafheuvels (tot voor kort alleen bekend in het zuiden van de gemeente). Het lager gelegen gebied ten noorden van de stad bleek ook nu zeer geschikt voor bewoning. In Nieuwland zijn nabij de boerderij Sneul (mogelijke nederzettings)sporen gevonden en tegen de A1 zijn in april 1997 enkele klokbekers en een grafheuvel aangetroffen.
 

(2200-700 v.Chr.)

Brons is een koper-tin legering, waarvan de grondstoffen niet in Nederland voorkomen. De Bronstijd begint bij het verschijnen van de eerste bronzen bijlen. In en om Amersfoort zijn tot nu toe geen sporen uit de Bronstijd bekend. Het tot dan toe druk bezochte en bewoonde gebied Nieuwland werd rond het begin van de Bronstijd door de stijging van het grondwater te nat en onbewoonbaar. Dit bleef zo tot de 13e eeuw.

(700-0 v.Chr. en 0-450 v.Chr.)

IJzer vervangt aan het begin van de ijzertijd snel het brons. Daarmee verdwijnt vrijwel de gehele bronshandel en industrie, en verschijnt de ijzerindustrie. De grondstoffen hiervoor (moerasijzererts en klapperstenen) zijn hier, in tegenstelling tot brons, lokaal wél aanwezig.

In de ijzertijd was het gevarieerde landschap van Kattenbroek, Zielhorst, Emiclaer en Schothorst-Noord erg in trek. Door de combinatie van hoog gelegen dekzandruggen (begroeid met bos en geschikt voor landbouw) en laaggelegen land (geschikt voor veeteelt en rijk aan water) was dit voor de ijzertijdboeren een aantrekkelijk gebied om zich te vestigen. Men bouwde de boerderijen bij voorkeur op de overgang van hoog naar laag, dicht bij de akkers. De aangetroffen nederzettingen bestonden uit twee of drie boerderijen. Als men aan nieuwbouw toe was, werden deze vlakbij herbouwd en legde men nieuwe akkers aan, zodat de vruchtbaarheid van de oude akkers zich kon herstellen. Van één huis was de haard nog prachtig bewaard gebleven.

Er is voorafgaand aan de nieuwbouw in dit gebied naast de vele huisplattegronden een grafveld met twintig crematiegraven uit de late IJzertijd opgegraven. De resten van mannen, vrouwen en kinderen in eenvoudige graven, een kuil zonder urnen of randstructuren, zijn hier aangetroffen.

foto: Romeinse schaalAmersfoort was weliswaar niet gelegen binnen de grenzen van het Romeinse Rijk, maar de Vrije Germanen, zoals de bewoners uit die tijd van onze streken worden genoemd, onderhielden handelscontacten met de Romeinen zoals blijkt uit de vondsten van Romeins voorwerpen en vaatwerk op een inheems romeins grafveld, in de buurt van het huidige winkelcentrum Emiclaer. De afgebeelde Romeinse schaal was gebruikt als grafurn.

(450-1500)  

Sporen en vondsten uit de Vroege Middeleeuwen vóór de Karolingische tijd (750-900) zijn in Amersfoort zeldzaam en in de binnenstad ontbreken ze zelfs geheel. Maar in Leusden, niet ver van de zuidgrens van de gemeente Amersfoort, zijn sporen van nederzetting Lisiduna gevonden uit de Merovingische tijd (500-750).

Amersfoort wordt in 1028 voor het eerst genoemd in de geschreven bronnen. De naam Amersfoort betekent voorde door de Amer, doorwaadbare plaats door de Eem. Het was een plek, waar beken uit het oosten en zuidoosten samenkomen en als één stroom, de Eem, naar de voormalige Zuiderzee verder gaan. Hier kon men het natte, laaggelegen gebied goed oversteken op een route van de hoge zandgronden in het zuiden naar het noorden. De huidige winkelstraat, de Langestraat, maakt deel uit van deze route. Amersfoort wordt een belangrijke plek van waaruit de landheer van het gebied, de bisschop van Utrecht, de Gelderse Vallei laat ontginnen en besturen. In de 12de eeuw bouwt de bisschop van Utrecht een Hof, waar de schouten of de Heren van Amersfoort zetelen, totdat Amersfoort in 1259 stadsrechten krijgt.
Van deze 12de eeuwse Hof is bij opgravingen op het centrale plein van de stad, 'de Hof' genaamd, de gracht die het 12de eeuwse complex van huis en schuren omsloot, teruggevonden. Gezien de ligging van deze gracht moet de hofstede hebben gelegen onder de huidige Joriskerk. Dicht bij deze Hof heeft waarschijnlijk de voorde gelegen. Het was een gunstige plaats op een kruispunt van land- en waterwegen. Bij de bisschoppelijke Hof vestigden zich in de loop van de 12de eeuw handels-en ambachtslieden. Allereerst op de van nature hogere en drogere plekken: bij Havik, Hof en Langestraat. In de tweede helft van de 13de eeuw en het begin van de 14de eeuw neemt de stad maatregelen tegen de wateroverlast. Door aanleg van afwateringssloten en van grachten en het uitdiepen van bestaande waterlopen kan men het water beter in banen leiden en het bewoningsareaal vergroten. De grond die men uit de grachten baggert kan weer goed dienst doen als ophogingsmateriaal van huisplaatsen en wegen.
De eerste stadsmuur is omstreeks 1300 gereed en heeft gestaan op de rooilijn van de Muurhuizen. Bij opgravingen is de fundering van deze muur enkele malen aangetroffen.
De 14de eeuw is voor Amersfoort een periode van grote bloei en groei. De stad is vermaard om haar bierbrouwerijen en textielnijverheid. Omstreeks 1380 groeit de stad uit haar ommuring en wordt er begonnen met de aanleg van een tweede muur, die pas rond 1450 is voltooid. Deze muur is op vele plaatsen nog overeind, evenals de prachtige poortgebouwen die toegang tot de stad gaven. De groei van Amersfoort stagneert tegen het einde van de 15de eeuw. De aanleg van deze tweede stadsmuur was zeer ambitieus, want pas aan het begin van de 19de eeuw bouwt Amersfoort buiten haar middeleeuwse veste.

(1500-heden)

Binnen de archeologie is er een groeiende interesse in de post-middeleeuwse en de moderne industriele periode. Traditiegetrouw vormen de archieven de voornaamste bron van kennis en studie, maar ook hier kan archeologie zijn steentje bijdragen. Als archoloog in een stad als Amersfoort kun je niet om de sporen uit de moderne tijd heen. Met eenzelfde aandacht worden veel van deze sporen betrokken in het archeologisch onderzoek omdat zij net zo goed vertellen over de historie van Amersfoort en haar bewoners.